Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

punk - (bepaalde subcultuur onder jongeren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

punk zn. ‘bepaalde subcultuur onder jongeren’
Nnl. de punks ‘aanhangers van de punkcultuur’ [1977; Reinsma 1984], punk ‘de bij punkmuziek behorende subcultuur’ [1978; Reinsma 1984].
Ontleend aan Amerikaans-Engels punk in de betekenissen ‘liefhebber van punk rock’ [1976; OED3], verkorting van punk(-)rocker [1976; OED3], en ‘provocerende rockmuziek’ [1974; OED3], verkorting van punk(-)rock ‘provocerende rockmuziek’ [1971; OED3]. In deze Amerikaans-Engelse samenstellingen drukt het eerste lid algehele minderwaardigheid uit: eerdere betekenissen van punk zijn ‘kleine crimineel’ [1928; OED3], ‘homoseksuele man’ [1904; OED3], ‘iets waardeloos’ [1869; OED3], ‘verrot hout’ [1705; OED3], ‘hoer’ [1596; OED3]. De verdere herkomst van dit woord is echter onbekend.
Punk begon als naam voor een bepaald type rockmuziek, maar werd algauw ook de aanduiding van de hele jongerensubcultuur die in de Verenigde Staten en daarbuiten rondom deze muziek ontstond en die gekenmerkt werd door sterke maatschappijkritische opvattingen, zoals bij zoveel andere jongerensubculturen, bijv. die van de hippies, zie → hip.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

punk [subcultuur] {1978} < engels punk [eig.: boef, nozem], ouder punck, etymologie onbekend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

punk s.nw.
1. Vorm van rockmusiek. 2. Lid van 'n rebelse jeugbeweging wat o.a. punkmusiek aanhang.
Uit Amer.Eng. punk (1974 in bet. 1, 1976 in bet. 2).
Amer.Eng. punk het vroeg in die 18de eeu 'sagte hout wat deur fungus aangeval is' beteken, waaruit 'waardelose, kriminele persoon' miskien ontwikkel het, en waaruit die huidige bet. miskien ontwikkel het omdat punkmusiek deur aggressiewe lirieke en opsetlik uitspattige optrede gekenmerk word. Miskien ook verband met Eng. punk (1596) 'prostituut'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

punk (Engels punk)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

punk [punk] {stuk tuig/rot} 1. subcultuur uit tweede helft van de jaren zeventig van jongeren die zich afzetten tegen de in hun ogen uitzichtsloze maatschappij (zie no future) met agressief en negatief gedrag. Modekenmerken: extreme zwarte of felgekleurde make-up voor jongens en meisjes, mohawks, in felle kleuren geverfd en bewust piekerig geknipt haar, veelal zwarte kleren met opzettelijk aangebrachte scheuren, ritssluitingen die niets afsloten, veiligheidsspelden door kleding, oren en soms elders. Beweging bloedde vrij snel dood, sommige modekenmerken sijpelden door naar grote delen van de jeugd; 2. naam voor de bijbehorende muziekstroming: rauwe harde ritmische en vaak bewust amateuristische muziek met grove en bittere teksten over dood, verderf en seks (Sex Pistols, Stranglers, Dead Kennedy’s); 3. iemand die deel uitmaakt van de beweging onder (1), ook punker genoemd.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

punk subcultuur 1978 [R84] <Engels

punk provocerende rockmuziek 1984 [GVD] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

punk (← Eng.), provocerende rockmuziek, ontstaan in 1976, waarbij een opvallend uiterlijk (veiligheidsspelden, hanenkammen*, piercings*) een belangrijke rol speelde. Het no future-idee van de werkloze Britse jeugd lag aan de basis van het fenomeen. De punkfilosofie stond haaks op de hippiefilosofie. In plaats van love and peace schreef Joe Strummer van de toenmalige punkgroep The Clash hate and war op zijn jas. De punkmode uit de late jaren zeventig beleefde rond 1993 een comeback. Het woord punk heeft in de Amerikaanse taal meerdere betekenissen: een jonge, onervaren gangster; een inferieur iemand; rotzooi; een homoseksueel; tuig; snotneus; hoer — en een bepaalde zwam. In de zin van ‘brood’ wordt het al sinds 1880 gebruikt door Amerikaanse soldaten en mariniers. Vanaf 1955 gebruiken Amerikaanse tieners het werkwoord to punk out voor ‘ergens bang voor zijn; ergens voor op de vlucht slaan’.

Punk. Voor de authentieke punkers een levensfilosofie: ‘destroy your destroyers’. Voor de modieuze weekend-punkers een koopbaar image. Voor pakweg vijftig gulden knipt elke kapper je punk en met vijf uitwasbare kleuren in je haar kom je een eind in de richting. (Hans Ferrée: Het trendletter ABC, 1983)
... de grootste hype uit de rockhistorie, punk rock. (Oor, 22/02/86)
Punk was veel meer dan een muzikaal antwoord op de crisis in de pop. Veeleer was zij de reactie van een gedeelte van de Britse arbeidersjeugd op een economische crisis die langzamerhand dramatische vormen aannam. De punks heroverden de popmuziek als middel om uitdrukking te geven aan hun onvrede met de bestaande maatschappij. (Tom ter Bogt: Opgroeien in Groenlo, 1987)
Punk dreef meisjes het podium op, waar ze als muzikant en zangeres systematisch de codes braken die het optreden van vrouwen beheersen. (Fenomenen van de jeugdcultuur (meerdere auteurs), 1989)
beoefenaar van punkmuziek; aanhanger van de punkbeweging.
Zeker in de lagere klassen komt het nogal eens voor dat leerlingen met bewondering naar bij voorbeeld ‘punks’ kijken, maar dat ze zichzelf (nog) niet zo durven kleden en gedragen. (Jeugd en samenleving, mei 1987)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal