Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

proeven - (onderzoeken op smaak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

proeven ww. ‘onderzoeken op smaak’
Mnl. proven, proeven, pruven ‘onderzoeken, keuren, beproeven, proberen’ in ic wil pruouen ... of ic ten wapenen noch duoge ‘ik wil proberen of ik nog met wapens kan omgaan’ [1220-40; VMNW], prouen ‘bewijzen, aantonen’ [1240; Bern.], hoe dat mach sijn salic v proeuen ‘hoe dat mogelijk is, zal ik u aantonen’ [1265-70; VMNW], ‘proeven, smaak gewaarworden’ in (aloe) van smaken eist prouene wee ‘(aloe) van smaak is het onaangenaam om te proeven’ [1287; VMNW], proeven ‘de smaak keuren, onderzoeken’ [1477; Teuth.]; vnnl. proeven ‘aantonen; proberen, beproeven; de smaak onderzoeken’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Frans prouver ‘aantonen, bewijzen’, ouder prover ‘id.’ [begin 12e eeuw; TLF], ontwikkeld uit Latijn probāre ‘beproeven, keuren; goedkeuren, bewijzen’, zie het later rechtstreeks aan het Latijn ontleende → proberen. Uit de betekenis ‘bewijzen’ kon via ‘trachten te bewijzen’ ook ‘onderzoeken’ ontstaan. De betekenis ‘bewijzen’ (zoals nog Engels prove) is in het Nieuwnederlands verouderd; in de betekenis ‘beproeven, onderzoeken, keuren’ (zoals nog Duits prüfen) is proeven vervangen door beproeven en proberen; de betekenis ‘met de smaakzin keuren, smaak waarnemen’ is blijven bestaan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

proeven [keuren, eten] {proeven, prouven [bewijzen, duidelijk maken, beproeven, onderzoeken, proberen, proeven] 1200} < oudfrans prover [idem] < latijn probare [onderzoeken, beoordelen, aannemelijk maken, bewijzen], een tweede maal door het nl. overgenomen in de vorm proberen; het ww. probare is gevormd van probus [deugdelijk, fatsoenlijk], gevormd van pro [voor] + de stam van een ww. voor ‘zijn’ waarvan ook nl. ik ben, engels to be.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

proeven ww., mnl. proeven, prouven ‘bewijzen, bemerken, inzien, beproeven, ervaren, proeven’, fri. priuwe ‘beproeven, ondervinden, proeven, smaken’, zullen teruggaan op een voor-vorm *prōƀian (ten dele ook prōƀōvi), die een romaanse grondvorm zullen hebben gehad, welke ontstaan was < lat. probāre (vgl. fra. prouver).

Een oude ontlening is ook mnd. prüefen, brüefen (nhd. prüfen) blijkens de diftongering van de klinker uit lat. probāre. Daaruit eveneens mnd. prōven ( > laat-on. prōfa) ‘bewijzen, bemerken, inzien, proberen, onderzoeken’, ofri. prōvia, prōgia ‘bewijzen’, oe. prōfian ‘beschouwen als’ (ne. prove).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

proeven ww., mnl. proeven (prouven) “bewijzen, bemerken, inzien, beproeven, probeeren, ervaren, proeven”. Terwijl mnd. prôven > laat-on. prôfa “bewijzen, bemerken, inzien, probeeren, onderzoeken”, ofri. prôvia, prôgia “bewijzen”, ags. prôfian “beschouwen als” (eng. to prove) het best als geleerde ontl. uit lat. probâre (zie proberen) te begrijpen zijn (vgl. bij kok), kan die verklaring voor mhd. prüefen, brüefen “bewijzen, waarnemen, overwegen, taxeeren, berekenen, bewerken” (nhd. prüfen) niet gegeven worden. Men gaat hiervoor wel uit van den stam van fr. prouver “bewijzen” (< lat. probâre), zooals die in ofr. pruef “ik bewijs” (< lat. probô) voorkomt. Vervorming van “prôƀôn door suffix-substitutie is niet wel aan te nemen. In ieder geval moeten wij van een rom. vorm van probâre uitgaan. Mnl. proeven, mnd. prôven kan deels het oudere *prôƀôn deels het jongere *prôƀian zijn. Dial.-vormen van nu veronderstellen den tweeden vorm; evenzoo ook fri. priuwe “beproeven, ondervinden, proeven, smaken”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

preuve (ww.) proeven; Vreugmiddelnederlands prouen <1220-1240> < Frans prouver.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

proe ww.
Die smaak ondersoek, gewaarword.
Uit Ndl. proeven (al Mnl.).
Ndl. proeven uit Oudfrans prover 'probeer, proe' uit Latyn probare 'ondersoek, goedkeur, bewys' uit probus 'fatsoenlik', 'n samestelling van pro 'voor' en die stam van 'n ww. wat 'wees' beteken, nog in Ndl. ben en Eng. be.
D. prüfen (12de eeu), Eng. prove (13de eeu).
Vgl. probeer.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

proe: deur smaak ondervind; keur (drank, ens.); Ndl. proeven (Mnl. proe-/prouven, “ervaar, merk, smaak”), Hd. prüfen, Eng. prove, hou via ’n Rom. vorm (vgl. Fr. prouver) verb. m. Lat. probare, “toets, goedkeur, bewys”, en dan ook m. probeer.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

proeven (Oudfrans prover)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

proeven ‘keuren door te eten’ -> Negerhollands proev, pruf, pruev ‘keuren door te eten’; Papiaments pruf ‘keuren door te eten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

proeven keuren door te eten 1200 [CG II1 Servas] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal