Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

privacy - (persoonlijke vrijheid)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Reeds in 1879-1880 "Maar wie dacht voorheen aan die naäperij der privacy van de Engelschen?" (De Gids, [1]). Dit is echter vermoedelijk een toevallige ontlening, de schrijver beschouwt het als een Engels woord gebruikt in een Nederlandse tekst, meer dan als een in het Nederlands overgenomen Engels woord. Wel duidelijk als Nederlands woord wordt het gebruikt in de brieven van Yvo Pannekoek (pseudoniem van Frits Dekking, geschreven 1943, gepubliceerd 1948): "een wonderbaarlijke mogelijkheid voor privacy, gezien het feit dat ieder maar twee vierkante meter voor zich heeft"[2].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

privacy [persoonlijke vrijheid] {na 1950} < engels privacy < middelengels privacie, van private < latijn privatus, verl. deelw. van privare [vrijlaten] (vgl. privaat2).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

privacy (Engels privacy)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

privacy [praajvusie] het recht of de gelegenheid zaken en gevoelens privé te houden, om zich af te zonderen, om de persoonlijke levenssfeer te beschermen.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

privacy zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = persoonlijke levenssfeer, privésfeer, zelfsfeer. Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden de nummerplaten op foto's verwaasd.
= nakwalificatie, afvalwedstrijd(en), kwalificatierit(ten).

privacy voorv. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = privésfeer-, zelfsfeer-. Uit privésfeeroverwegingen worden de gezichten van bezoekers aan de rosse buurt op tv onherkenbaar gemaakt.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

privacy persoonlijke vrijheid 1961 [GVD] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

privacy, ['prɑjvəsi] Koenen 1974; Van Dale 1976. Loanword from English privacy n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal