Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prevelen - (binnensmonds spreken, mompelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

prevelen ww. ‘binnensmonds spreken, mompelen’
Vnnl. prevelen ‘binnensmonds spreken, mompelen’ in Ick prevel, ick raaskal [1610-20; iWNT rinkelrooien], Besje wat prevelje binnens monts? [1644; WNT wolf I].
Wrsch. een klanknabootsend of klankexpressief woord, vergelijkbaar met pruttelen.
Nnd. prêfeln, pröfeln ‘mompelen, morren’; nfri. prevelje ‘mompelen’.
prevelement zn. ‘toespraakje’. Nnl. een preuvelement “een praatje” [1890; Moormann], prevelementen “praatjes” [1925; Moormann], toen kwam de wouten (‘agent’) en maakte een prevelement [1931; Moormann], ‘toespraakje’ in een geheel “prevelement” [1931; iWNT], de advekaat, die een zielig prevelementje hield [1935; iWNT]. Afleiding met het achtervoegsel → -ment van prevelen. Zie ook → gruzelementen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prevelen* [mompelen] {1615} vgl. fries prevelje, klanknabootsende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prevelen ww. eerst na Kiliaen, oostfri. prefeln, pröfeln ‘mompelen, morren, schimpen’, fri. prevelje ‘mompelen’, een jonge formatie van dezelfde aard als preutelen en pruttelen of brabbelen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prevelen ww., nog niet bij Kil. Vgl. oostfri. pröfeln, prêfeln “mompelen, morren, schimpen”, fri. prévelje “ mompelen”. Jong, wsch. onomatop. Als de ö-vorm ouder is dan de ē-vorm, misschien onder invloed van preutelen ontstaan. Vgl. brabbelen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

prevelen o.w., Fri. prevelje, uit Mlat. parabolare = spreken, denom. van Lat. parabola = gelijkenis: z. parabel. Voor anderen onomat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

prewel: sag, byna onverstaanbaar praat; Ndl. prevelen (na Kil) wel verb. m. OFri. prefeln/pröfeln en Fri. prevelje, “mompel”; vgl. pruttel.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prevelen* mompelen 1615 [WNT revelkallen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal