Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pressen - (sterk drukken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pressen1 [sterk drukken] {1617} een jong leenwoord < frans presser < latijn pressare (intensivum van premere, verl. deelw. pressum), na de oudere vorm persen (met metathesis van r).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pressen ww., zie: persen. — In de bet. ‘tot de krijgsdienst dwingen’ is het ontleend aan ne. press.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pers znw., mnl. pers(s)e, pars(s)e, pors(s)e v. (voor deze nog dial. bestaande vocaalvarianten vgl. barsten, dertien) “ pers, het drukken, gedrang, opdringende menigte, strijdgewoel, overlast, toestand van angst of verdrukking”. = ohd. frëssa v. “pressura” (Notker), mhd. prësse v. “pers (voorwerp), menschenmenigte, gedrang” (nhd. presse), mnd. perse, parse v. “(olie-, honig-, wijn-)pers, druk, het drukken”, ags. prëss v. “een spin-benoodigdheid”. Ontl. deels uit ’t laatlat. of gesproken-rom. pressa (van pressus, deelw. van premere “drukken”), deels uit fr. presse, op invloed waarvan in ’t Ndl. de nu verouderde vorm pres(se) berust. — Evenzoo het ww. mnl. persen, parsen, porsen “persen, drukken” (ook overdr.; nnl. persen), ohd. prëssôn (nhd. pressen) “id.”, (os. prësseri m., eig. “perser”, dan “pers”), meng. pressen (eng. to press) “id.” van lat. pressâre resp. fr. presser “drukken, persen”. Een latere ontl. is nnl. pressen, nog niet bij Kil., wellicht bij ons uit ’t Du., evenals de. presse, zw. pressa.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pressen o.w., gelijk Hgd. id., Eng. to press, uit Fr. presser: z. pers 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pressen (preste, heeft geprest), 1. strekken met behulp van een hete, metalen kam (gekroesd of krullend haar). Ik weet nog hoe ik eens een aardig Negermeisje adviseerde om d’r haar te pressen. Dan zou ze mooier worden (Dobru 1969: 49). - 2. persen met een bout (broek e.d.). - Etym.: E to press = o.m. bet. 2. - Syn. van 1 strijken*. Zie i.v.m. 1 ook straighten*; i.v.m. 2 persen*.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pressen ‘sterk drukken’ (Frans presser); ‘tot de krijgsdienst dwingen’ (Engels to press)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

pressen [pres-u] {uit: ‘to press’, duwen} psychische druk uitoefenen, dwingen.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pers, metathesis voor pres, van ’t Fr. presse: wijnpers (later ook drukpers) van presser = drukken. Ook: iemand pressen tot iets.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pressen ‘sterk drukken’ -> Negerhollands pres ‘sterk drukken, persen, dwingen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pressen sterk drukken 1617 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal