Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prent - (gedrukte plaat, afbeelding; bekeuring)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

prent zn. ‘gedrukte plaat, afbeelding; (NN) bekeuring’
Mnl. prente, printe ‘stempel, plaatje, enz. waar een afdruk van gemaakt wordt, beeldenaar; afdruk’ in die gesworne ... hare prenten gegheuen ‘de gezworenen hun zegelafdrukken geven’ [1296; VMNW], te graveerne de prenten ‘de stempelplaatjes te graveren’ [1344; MNW], metten nieuwen zeghele, daer de printe van den Belfroote in staet ‘met het nieuwe zegel, waar de afbeelding van het Belfort in staat’ [1370-1426; MNW]; vnnl. prent ‘voetspoor van een dier’ [ca. 1530; WNT], print, prent ‘druk, het gedrukt zijn’ in in de prent gekomen ‘in druk gekomen, uitgegeven’ [1530; IWNT], een Bybel Figuer-boeckxken in houte Print ‘een boekje met bijbelse voorstellingen in houtsnede’ [1604; WNT], ‘afdruksel, gedrukte plaat’ in Schilderyen, Boeken, Prenten [1630; WNT]; nnl. prent ook algemener ‘plaat(je)’ in dat boek met mooije prentjes [1778; iWNT], ook (NN) ‘standje, berisping’ in 'en prentje krijgen ‘op je duvel krijgen’ [1897; WNT], ‘bekeuring’ in prent ‘bekeuring, bon, gele of rode kaart’ [1984; Van Dale HN].
Ontleend aan Oudfrans preinte ‘indruksel, afdruk, spoor’, zelfstandig gebruik van preint ‘ingedrukt, afgedrukt’, het verl.deelw. van Oudfrans preindre ‘indrukken, een spoor maken’, ouder prembre, ontwikkeld uit Latijn premere ‘kracht gebruiken, persen’, zie → pers 1 (Nieuwfrans empreinte ‘afdruk, spoor’ [ca. 1200; TLF]; empreindre ‘indrukken, een spoor maken’ [1213; TLF] < Latijn impremere). Een minder waarschijnlijke mogelijkheid is dat prent een afleiding is van het werkwoord prenten ‘een afdruk maken’ [1296-98; VMNW], dat gevormd is met de Nederlandse uitgang -en van Oudfrans preinte.
De betekenis ‘bekeuring’ is ontwikkeld uit een oudere, vooral dialectische en volkstalige, betekenis ‘standje, berisping’. Deze was ontstaan omdat kinderen die hun best hadden gedaan, soms een heiligenprentje kregen, terwijl een kind dat stout was geweest een prentje met een duveltje erop [1858; WNT] kreeg; zo kreeg de uitdrukking een prent(je) krijgen vooral een negatieve betekenis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prent [gedrukte afbeelding] {prente, printe [iets om mee te drukken, de afdruk ervan] 1294} < oudfrans preinte, priente, eig. verl. deelw. van priembre, preindre [drukken] < latijn premere [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prent znw. v., mnl. prente, printe v. ‘werktuig om te drukken (sedert 1344), ingedrukte afbeelding, gedaante’, evenals mnd. prente ‘boekdruk’ en ne. print ‘merk, afdruk, prent’ < ofra. preinte ‘afdruk van een zegel’, deelw. van preindre. — Zie ook: prenten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prent znw., mnl. prente (printe) v. “werktuig om te drukken (sedert 1344), (ingedrukte) afbeelding, gedaante”. Hiernaast het veel gebruikelijkere ww. prenten, printen (reeds Lekenspieghel) “drukken, knellen, een figuur op of in iets drukken, (in zijn hart enz.) prenten, drukken (boekdrukterm), afbeelden door teekenen enz., vormen, versieren” (nnl. prenten). Dit laatste komt vroeger voor dan prent, toch zal dit znw. wel eer uit ofr. preinte “afdruk van een zegel” (het v. verl. deelw. van preindre) ontleend zijn dan in het Ndl. gevormd bij prenten. Prenten is ontleend uit fr. preindre (lat. premere) “persen, drukken”: voor den vorm vgl. konterfeiten. Evenzoo mnd. prenten “drukken, boekdrukken, schrijven”, prente v. “boekdruk”, eng. to print “drukken”, print “merk, afdruk, prent”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

prent v., Mnl. prente, gelijk Eng. print, uit Fr. (em-)preinte, zelfst. gebr. v.d. van empreindre, Lat. imprimere = indrukken (z. in 1 en pers 1).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

print (zn.) 1. prent 2. stijve vrouw; Vreugmiddelnederlands prente <1296> < Frans preinte.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

print, zn.: prent; peperkoekfiguur. D. Printe ‘gekruide peperkoek’. Het D. woord is evenwel ontleend aan Ndl. prent, vanwege de uitgeprente, uitgebeelde figuur. Bekend zijn de Aachener Printen. Samenst. printenman ‘speculaaskoek (in de vorm van een man)’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

printje, zn. dim.: ondeugend meisje. Dim. van prent, dat ook in pej. zin gezegd wordt van een vrouw: ’n roare printe, ontrouwe prente, die oude prent (WNT).

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

prent: (Bargoens) fat; dandy. In deze betekenis reeds bij Henke. Ook gebruikt voor een stijf, houterig meisje. Eigenlijk: iemand die eruit wil zien als de figuur op een prent.

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

prent (Oudfrans preinte)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Prent, van ’t Mnl. prenten, printen = drukken, bijv. boekprinter; geprint bij.... = gedrukt bij .... Ontleend aan ’t Fr. (em)preinte en dit van ’t Lat. imprimere = indrukken; vgl. ook nog prent: indruksel, spoor van ’t wild. – Bij ons is prent beperkt geworden tot: gedrukte plaat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prent ‘foto, door in- of opdrukken verkregen plaat’ -> Duits Printe ‘op peper- of honingkoek gelijkend gebak (waarop heiligenfiguren zijn gedrukt)’; Deens prent ‘door in- of opdrukken verkregen plaat’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors prent ‘druk’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments prenchi (ouder: prentsje) ‘door in- of opdrukken verkregen plaat’; Sranantongo prenki ‘afbeelding, foto; tekenen’; Sranantongo prenki (ouder: prinki) ‘foto, door in- of opdrukken verkregen plaat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prent door in- of opdrukken verkregen plaat 1294 [CG I3, 2075] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal