Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

post - (posterijen, briefvervoer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

post 3 zn. ‘briefvervoer’
Vnnl. post ‘briefvervoer’ [1525; MNHWS], meester van den posten ‘postmeester, koerier’ [1536; Stall. III], post ‘postkoets, postrijder’ in een expresse Post af te vaerdigen aen den Koningh [1566; WNT], posten, boden [1623; WNT], wat de post zal brengen [1651; WNT], ‘per post verzonden brieven’ in met de post ... afgesonden [1689; WNT]; nnl. post ‘postbestelling’ in byna met yder post [1765; WNT], ‘postdienst’ in het paket zou ... te groot worden voor de post [1784; WNT].
Ontleend aan Frans poste ‘gezamelijke postrijders belast met briefvervoer; plaats om postpaarden te wisselen’ [1480; TLF], dat zelf ontleend is aan Italiaans posta ‘halteplaats, vast punt op een weg; koeriersdienst’ [15e eeuw; Rey], verl.deelw. van porre ‘plaatsen, stellen’, ontwikkeld uit Latijn pōnere ‘plaatsen’, zie → positie.
Uit de betekenis post ‘halteplaats, standplaats’ ontwikkelden zich die van postpaard, postrijder en postvervoer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

post2 [posterijen, briefvervoer] {1525} < frans poste of direct < italiaans posta < latijn mansio posita, mansio [nachtverblijf, herberg, halte, dagreis], posita (laat-latijn posta), vr. verl. deelw. van ponere [plaatsen, in volgorde plaatsen]; de grondbetekenis is dus ‘keten van poststations’, vandaar ook de boven geciteerde mv. in fr. en it. De uitdrukking per kerende post dateert uit de tijd van de postkoetsen en slaat op het keren van de koets.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

post 2 znw. v. ‘brievenpost’, sedert de 16de eeuw < fra. poste evenals gelijktijdig nhd. post < ital. posta, gaat terug op lat. posita (mansio) ‘vastgestelde plaats van oponthoud voor verwisseling der postpaarden’, dus vr. van het deelw. positus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

post III (briefvervoer). Internationaal woord, in het Ndl. sedert ± 1500 (bij Kil. = “postbode”), in ’t Hd. en Ndd. ongeveer gelijktijdig ontleend. Uit fr. poste (> ook eng. post) = it. posta. Van lat. posita “vastgestelde plaats (voor postpaarden)”, vrouwelijk van positus “gesteld” (deelwoord van pônere). — Hierop gaat ook fr. poste “standplaats, betrekking” terug > nnl. post IV “id.” (nog niet bij Kil.); ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

post 3 v. (posterij), uit Fr. poste v., van Mlat. postam (-a) = wisselplaats voor postpaarden, zelfst. gebr. vr. v.d. van Lat. ponere: z. post 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2pos s.nw.
1. Amptelike diens wat versending van posstukke administreer. 2. Stukke deur 'n amptelike diens geadministreer.
Uit Ndl. post (1658 - 1659). Die oudste bet. van Ndl. post (1525) was 'standplaas', t.w. die plek waar posperde op 'n verkeersweg, of posweg, hulle bevind het. Uit die bet. 'plek, vervoermiddel, bode' ontwikkel die bet. 'tyding deur die pos gebring', 'stukke deur die pos gebring' en 'posdiens'.
Ndl. post uit Fr. poste (1480) 'plek waar posperde verwissel word' uit It. posta uit Latyn posita, die verlede dw., in die vroulike vorm, van ponere 'plekke in volgorde plaas', soos in die frase mansio ponere, lett. 'reeks poshaltes'.
D. Post, Eng. post.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

post ‘briefvervoer’ (Frans poste); ‘deurpost’ (Latijn postis)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

post

Italiaanse woorden die internationaal zijn geworden, betreffen drie terreinen: het leger met woorden als alarm (1488), bataljon (1592), brigade (1650), cavalerie (1588), escorte (1592), eska­der (1577 als ‘troepenafdeling’), infan­te­rie (1588), kanon (1574), kaze­mat (1588), kolo­nel (1580) en soldaat (1562; allemaal via het Frans geleend); de kunst en muziek met bijvoorbeeld fresco (1604), replica (1950), terracotta (1879), torso (1824), en aria (1754), bariton (1772), bas (1552), libretto (1855), opera (1668), tenor (1654); en de handel met bruto (1599), conto (1620), deposi­to (1585), firma (1806), giro (1745), incasso (1847), kassa (1914), netto (1567) en saldo (1569). Tussen haakjes staat vermeld wanneer de woorden voor het eerst in het Nederlands zijn gevonden.

Het postwezen vormt een wezenlijk onderdeel van de handel: wanneer je zaken koopt of verkoopt, moeten deze te bestemder plaatse geleverd worden, en er moeten brieven en rekeningen over en weer gestuurd worden. Italië heeft een centrale rol gespeeld bij de ontwikkeling van het moderne postwezen. In de Romeinse tijd bestond er al een goed werkende cursus publicus met poststations op regelmatige afstanden langs de grote wegen van het rijk. Na de val van het Romeinse rijk raakte het postsysteem langzamerhand in onbruik, en eeuwenlang was er geen sprake van enig georganiseerd systeem. Koningshuizen, gemeenten, universiteiten en kloosters regelden hun postverzending zelf, door het sturen van boodschappers te voet of te paard.

Tijdens de Renaissance groeiden het internationale handelsverkeer en de zakenpost. Handelsverenigingen richtten lokale postvoorzieningen op, maar er was behoefte aan een grootschaliger opzet. En hier zag het Italiaanse geslacht Thurn und Taxis zijn kans. Hoewel zij niet de enigen waren die op deze markt opereerden, slaagden zij erin een internationaal netwerk op te bouwen dat alle andere in omvang en efficiency overtrof. Nu hadden ze al ervaring: voorouders onder de naam Tassis hadden al vanaf 1290 postdiensten tussen Italiaanse steden verzorgd. Voor een grootse aanpak zorgde echter Franz von Taxis. Deze was vanaf 1489 postmeester van keizer Maximiliaan I en later van Filips I van Spanje. De Habsburgse keizers gaven hem het recht tegen vergoeding zowel staatspost als particuliere post door het gehele Heilige Roomse Rijk en Spanje te bezorgen. Vele familieleden werden ingeschakeld, maar in de volgende 350 jaar groeide het bedrijf zodanig, dat ook buiten de familie geworven moest worden: uiteindelijk waren er zo’n 20.000 bezorgers in dienst. In vele plaatsen waren kantoren van Thurn und Taxis gevestigd. Het netwerk besloeg Italië, Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en de Lage Landen. Zo organiseerde Thurn und Taxis in 1642 postritten van Roermond over Nijmegen en Utrecht naar Amsterdam.

Het postsysteem van Thurn und Taxis was als gezegd internationaal; daarnaast bestonden er op nationaal niveau allerlei regelingen. Aanvankelijk hielden particulieren zich met de nationale postbezorging bezig. Toen de staten echter een sterke centrale regering kregen, zetten zij een openbare nationale postdienst op. Het eerst gebeurde dat in Frankrijk, in het begin van de zeventiende eeuw. Engeland volgde. In Nederland werden in 1799, dus in de Franse tijd, alle gewestelijke en stedelijke posterijen nationaal verklaard, en in 1803 trad het eerste nationale postbestuur in werking, dat naar Frans voorbeeld werd geregeld. Vanwege de veiligheid ontwikkelden de nationale postdiensten in de verschillende landen zich tot monopolies, een situatie die pas in de laatste tijd teruggedraaid wordt. Recentelijk is er bovendien een tendens tot privatisering van de postdienst; in Nederland is dat in 1989 gebeurd.

Door de opkomst van de staatsbedrijven verdween het internationale postsysteem van Thurn und Taxis, dat ruim drieënhalve eeuw gefunctioneerd had. De laatste tak, in Pruisen, werd in 1867 genationaliseerd. De gebogen hoorn die diverse postdiensten als merkteken dragen, herinnert nog aan de herkomst van de postdienst: het is namelijk een onderdeel van het familiewapen van het geslacht Thurn und Taxis.

Eind negentiende eeuw werden tussen de postdiensten van de verschillende landen internationale afspraken gemaakt. Als officiële taal van het internationale postverkeer gold en geldt het Frans, hoewel de Engelstalige landen meestal het Engels hanteren, en ook in Nederland het Engels de overhand krijgt boven het Frans, aldus de KPN. We zien dan ook dat air mail en printed matter het Franse par avion en imprimé verdringen. Officieel moet zelfs de naam van het land van bestemming in het Frans, maar in de praktijk doet men dat alleen bij Franstalige landen.

De invloed van het Frans vinden we terug in aan het Frans ontleende woorden, zoals banderol (1588), emballage (1717), reçu (1808), poste restante (1824), envelop (1817), imprimé (1929) en par avion (1977). Tussen haakjes staat wederom het jaar waarop het woord voor het eerst in een Nederlands woordenboek is gevonden, om een indicatie van de ouderdom te geven. Banderol heeft het Frans uit het Italiaans geleend, en poste restante is de Franse weergave van Italiaans fermo in posta of fermoposta.

Dankzij de Italiaanse roots van het postwezen is de invloed van het Italiaans in deze branche uiteraard groot, en bovendien van hoge ouderdom. Het woord post (1525) komt uit het Italiaans, hoewel we het waarschijnlijk via het Frans hebben leren kennen. Aanvankelijk betekende het ‘poststation, plaats waar postpaarden worden gewisseld’, vandaar ging het betekenen ‘postwagen’ (bijvoorbeeld in: de post werd aangehouden), en later ‘datgene wat per post gebracht wordt’ en ‘postdienst’. De postrijder heette vroeger pos­til­jon (1599), een Italiaans woord dat we weer via het Frans kennen. De beheerder van een poststation of postkantoor wordt postmeester (1551) genoemd, wat een vertaling is van Italiaans maestro delle poste.

Voor het versturen van post moet meestal betaald worden. Zo hebben we uit het Italiaans de woorden porto (1585) en franco (1676) leren kennen. Franco is eigenlijk een verkorting van franco di porto ‘vrij(gesteld) van port’ — dit kennen we ook in de vertaling portvrij (1850).

Dat de post niet een exclusief Frans-Italiaanse aangelegenheid was, blijkt uit de Duitse leenwoorden ansicht(kaart) (1912) en postbode, en uit de Engelse leenvertaling postbus (1950), ouder postbox (1914). Postbode is al een heel oud woord; het is voor het eerst gebruikt in op de Duitse Lutherbijbel gebaseerde bijbelvertalingen uit de zestiende of begin zeventiende eeuw in de betekenis ‘bode of koerier die de post rijdt of loopt’. Uiteindelijk hebben dus vele talen invloed op het postwezen gehad, maar de Italiaanse invloed is de oudste.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

post ‘poststation, posterijen, briefvervoer’ -> Noord-Sotho poso ‘posterijen, briefvervoer’ <via Afrikaans>; Tswana pôsô ‘posterijen, briefvervoer’ <via Afrikaans>; Xhosa posi ‘posterijen, briefvervoer’ <via Afrikaans>; Zoeloe posi ‘posterijen, briefvervoer’ <via Afrikaans>; Zuid-Sotho poso ‘posterijen, briefvervoer’ <via Afrikaans>; Shona positi ‘brieven’ <via Afrikaans>; Indonesisch pos ‘posterijen, briefvervoer; brieven; poststation langs een postroute; checkpoint’; Ambons-Maleis pos ‘posterijen’; Boeginees pôsó ‘posterijen’; Iban pos ‘posterijen, briefvervoer’ (uit Nederlands of Engels); Jakartaans-Maleis pos ‘posterijen, briefvervoer’; Javaans † epos, pos ‘poststation (paarden verwisselen); afstand tussen 2 poststations; postkantoor’; Keiëes pos ‘posterijen, briefvervoer’; Madoerees ēppos, pos ‘poststation, brievenpost; postafstand, meestal 5 paal’; Menadonees pos ‘posterijen’; Minangkabaus pos ‘posterijen, briefvervoer’; Petjoh pos ‘posterijen, briefvervoer’ <via Indonesisch/Maleis>; Papiaments pòst ‘posterijen, briefvervoer’; Surinaams-Javaans pos ‘posterijen, briefvervoer’.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

post zn. Ontleend aan het Engels.
[media] = bericht, plaatsing, publicering. De plaatsing van een bericht op Kwetter zegt niet dat het gelezen wordt. En dat het gelezen wordt zegt niet dat men het begrijpt.

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

zwarte post. Letterlijke vertaling van Engels blackmail = chantage; A: geen flame, maar een blackmail denk ik zo. B: Idd! Tis gewoon zwarte post! (2002); Als je niet oppast Dity mag je geen gebruik van mijn douche maken hoor grrr. Dit is toch een mooi staaltje van zwarte post of niet dan?; Zwarte post voor Havana aan de Waal. De regering heeft gedreigd de subsidie voor de gemeente Nijmegen voor een 2e verbindingsbrug in te trekken.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

post posterijen, briefvervoer 1525 [HWS] <Frans of Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal