Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

portable - (lichtgewicht schrijfmachine)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

portable [lichtgewicht schrijfmachine, tv e.d.] {1926-1950} < engels portable [eigenlijk: draagbaar], verkort uit portable typewriter, radio, computer < latijn portabilis [draagbaar], van portare + -(b)ilis [-baar] (vgl. port1).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S. Joubert en N. van der Sijs (2020), ‘Antilliaans-Nederlandse woorden en hun herkomst’, in: Trefwoord, november 2020

portable (Wiel 2017) mobieltje, mobiele telefoon: als je beltegoed op je portable bijna op is ga je sluiten voordat je kaartje op raakt; ontleend aan Engels portable ‘draagbaar’, ook Papiaments portable, pòrtebel.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

portable (Engels portable)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

portable [pohtubul] draagbaar, of draagbare variant van een apparaat (bijv. radio, tv).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

portable bn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = draagbaar. Na de uitvinding van de transistor, ontstond de draagbare radio.

portable zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = draagbare (radio e.d.). In de jaren 1960 werden draagbare radio's hier razend populair.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

portable lichtgewicht schrijfmachine 1934 [KWT] <Engels

portable draagbare computer 1984 [HCC nieuwsbrief dec. 12, 107] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

portable, ['pɔ:(r)təbəl, 'pɔr-] Koenen 1974; Van Dale 1976. “Portable radio AM/FM. Portable T.V. Portable radio Cassette-recorder.” [onderschriften bij afbeeldingen in advertentie]. (2809202). Editorial comment: Van Dale 1976 only gives wordclass ‘n’. Loanword from English portable adj.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal