Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

porselein - (wit aardewerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

porselein zn. ‘half doorschijnend fijn, geglazuurd aardewerk’
Vnnl. die Porceleynen dieder ghemaeckt worden ‘de soorten porselein die er (in China) gemaakt worden’ [1596; iWNT], om Porceleyn schilderen ‘om porselein te beschilderen’ [1604; iWNT], hy knipt aen 't postuleyn ‘hij tikt tegen het porselein’ [1624; iWNT].
Ontleend via Oudfrans porcelaine ‘bepaalde schelp, porselein’ [1298; Rey] aan Italiaans porcellana ‘id.’ [14e eeuw; DELI]. Het keramische aardewerk is zo genoemd vanwege de gelijkenis met het glimmende oppervlak van de schelp. Ontdekkingsreiziger Marco Polo (1254-1324) bracht al het eerste porselein vanuit China naar Europa. De Italiaanse naam van de schelp is afgeleid van porcella ‘vrouwelijk biggetje; geslachtsdeel van een zeug’, wrsch. vanwege een overeenkomst in vorm (zoals ook venusschelp en de Griekse vormen khoirínē ‘kleine zeemossel’ bij khoĩros ‘varken’ (OED)). Porcella is een verkleinwoord van porca ‘zeug’, ontwikkeld uit Latijn porca ‘id.’, verwant met → varken.
Voor de vorm postuleyn uit de attestatie van 1624, zie → postelein.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

porselein1 [wit aardewerk] {1596, vgl. porceleyne [zeeslak] 1599} < frans porcelaine < middeleeuws latijn porcellana [soort van cowrieschelp], afgeleid van porcella, verkleiningsvorm van porca [zeug] (vgl. engels pork en varken). De schelp werd zo genoemd omdat men er een gelijkenis in zag met de geslachtsdelen van de zeug; de porseleinachtige schelp droeg haar naam over op het aardewerk.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

porselein

Evenals het Engelse porcelain komt ons woord porselein van het Franse porcelaine; dit stamt weer uit het Italiaanse porcellana, eigenlijk de naam van een schelp, concha porcellana. Wegens de overeenkomst in kleur en glans met deze schelp werd nu ook het fijne aardewerk der Chinezen en Japanners dat via Italië West-Europa bereikte, porselein genoemd. Het is een fijne, witte, half doorschijnende soort aardewerk met ongekleurd glimmend glazuur. Later sprak men ook van Saksisch, Frans en zelfs van Haags en Amsterdams porselein. Een merkwaardigheid van het Chinese porselein vormden de merken aan de onderzijde. Lange lijzen met zes merken sierden bijvoorbeeld de theetafel van tante Stastok. Lange lijzen waren hoge theekopjes met vrouwenfiguurtjes. Wij moeten dus denken aan de naam Lijs, uit Lijsbet, Elisabeth.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

porselein 1 znw. o. ‘aardewerk’, sedert Kiliaen < fra. porcelaine < ital. porcellana (waaruit 1477 porzelan) naam van de schelp Concha Veneris; een afl. van lat. porcus ‘zwijn’, maar ook ‘vulva’; wegens de vorm is de schelp daarnaar genoemd. Toen in de 16de eeuw het porselein uit China en Japan over Italië in Europa bekend werd, noemde men dit wegens de overeenstemming van dit aardewerk met de schelp daarnaar.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

porselein I (aardewerk) znw. o., sedert Kil. Uit fr. porcelaine, dat evenals nhd. porzellan o. (sedert de 16. eeuw) uit it. porcellana ontleend is. Oorspr. de naam van een schelp, concha Veneris, zoo genoemd wegens de overeenkomst met zeker deel van het vrouwelijk lichaam (lat. porcus, porcellus), later toegepast op het Japansch en Chineesch aardewerk, waarvan de stof op die schelpen geleek.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

porselein 1 o. (fijn aardewerk), uit Fr. porcelaine, van It. porcellana = 1. venusschelp, 2. (wegens gelijkheid van kleur en glans) porselein. De naam van de schelp is een dimin. van Lat. porcus = varken 1 (z.d.w.), 2. (hier) cunnus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

postelein, zn.: porselein. Vnnl. porceleyne, zeeslacke ‘cochlea veneris’, porceleyne vaten ‘porseleinen bekers’ (Kiliaan). Fr. porcelaine < It. porcellana ‘schelp’ < porcella, dim. van porca ‘zeug’. D. Porzellan (sinds 1477) staat nog dicht bij het It., terwijl Vl. ­-ein(e) duidelijk op het Franse model teruggaat. De schelp kreeg haar naam vanwege de gelijkenis met de geslachtsdelen van een zeug. Het aardewerk kreeg zijn naam van de schelp, vanwege de melkwitte glans ervan. Zoals Ndl. postelein < Mnl. porseleine, porceleine ‘groente’ met rs/s-assimilatie en t-epenthesis ook Gents postelein voor ‘aardewerk’. Ook De Bo vermeldt Wvl. postelein ‘porselein’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

pors(e)lein (ZO), postelein (G, W), zn.: porselein. Vnnl. porceleyne, zeeslacke 'cochlea veneris', porceleyne vaten 'porseleinen bekers' (Kiliaan). Fr. porcelaine < It. porcellana 'schelp' < porcella, dim. van porca 'zeug'. D. Porzellan (sinds 1477) staat nog dicht bij het It., terwijl Vl. ­-ein(e) duidelijk op het Franse model teruggaat. De schelp kreeg haar naam vanwege de gelijkenis met de geslachtsdelen van een zeug. Het aardewerk kreeg zijn naam van de schelp, vanwege de melkwitte glans ervan. Zoals Ndl. postelein < porseleine (zie i.v.) 'groente' met rs/s-assimilatie en t-epenthesis ook Gents postelein voor 'aardewerk'. Ook De Bo vermeldt Wvl. postelein 'porselein'.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

porselein s.nw.
Fyn erdewerk.
Uit Ndl. porselein (1599). 'n Gewestelike wisselvorm in Ndl. was postelein. In vroeë Afr. is postelein tewens meermale aangetref as porselein, en het ook langer as in alg. Ndl. stand gehou. Dit word nog in 1884 deur Mansvelt vermeld. In Ndl. kom ook 'n homoniem van porselein met die bet. 'tipe groente' voor. Ook hiervan bestaan 'n wisselvorm postelein. So is sowel porselein as postelein in beide bet. gebruik. Eers vanaf die middel van die 17de eeu het geleidelik differensiasie van die twee vorme plaasgevind. Porselein, die 'meer konserwatiewe vorm' (Scholtz 1972: 158) het die naam van die kultuurvoorwerp aangedui, en die 'volksuitspraak' postelein die plant.
Vgl. postelein.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

porcelaine 2 (K), zn. v.: porselein. Vroegnnl. porceleyne, zeeslacke ‘cochlea veneris’, porceleyne vaten ‘vasa murrhina, pocula murrhina’ (Kiliaan). Fr. porcelaine < It. porcellana ‘schelp’ < porcella, dim. van porca ‘zeug’. D. Porzellan (sinds 1477) staat nog dicht bij het It. De schelp kreeg haar naam vanwege de gelijkenis met de geslachtsdelen van een zeug. Het aardewerk kreeg zijn naam van de schelp, vanwege de melkwitte glans ervan. Vreemd is wel dat De Bo dit aardewerk postelein noemt. Zie porcelaine 1.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

porslein I: – porselien – , fyn erdewerk (veral as eetgerei); Ndl. porcelein/porselein/postelein e.a. dial. wv. (by Kil porceleyne), soos Eng. porcelain en Hd. porzellan, uit Fr. porcelaine (ouer pourcelaine) uit It. porcellana, “soort skulp” (Concha Veneris), oorgedra op erdewerk, veral uit Sjina ingevoer, later alg.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

porselein (Frans porcelaine)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Porselein en Postelein; de vorm met r is in beide bet. (aardewerk en groente) de eigenl. juiste. Voor aardewerk wordt nu alleen porselein gezegd; dit komt uit fr. porcelaine, in ’t Ital. eig. de naam van een schelp (Concha Veneris, Venusschelp), en later gebruikt voor het fijne aardewerk, dat overeenkomst vertoont met die schelp.
Voor de groente gebruikt men beide vormen; zij zijn overgenomen uit fr. porcelaine, dat echter kwam van een der vervormingen van ’t lat. portulaca; uit porselein, zal porstelein, en daaruit postelein ontstaan zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

porselein ‘wit aardewerk’ -> Russisch porcelinyj ‘van wit aardewerk’; Indonesisch porselén, porselin ‘halfdoorschijnend fijn aardewerk’; Jakartaans-Maleis porselèn ‘wit aardewerk’; Javaans pruslin ‘fijn aardewerk’; Madoerees posslen ‘wit aardewerk’; Negerhollands porcelein ‘wit aardewerk’; Papiaments pòrselein (ouder: porcelein) ‘wit aardewerk’; Sranantongo posren ‘wit aardewerk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

porselein wit aardewerk 1596 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal