Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pomerans - (vrucht; dopje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

pomerans zn. ‘bittere oranjeappel of zure sinaasappel (Citrus aurantium) uit de wijnruitfamilie (Rutaceae); dopje op biljartkeu of schermdegen’
Vnnl. pomerantsche ‘bitterappel’ [1599; Kil.]; nnl. pomerans, pommerance ‘stootdopje op biljartkeu’ in de Queue, die met eene pommerance voorzien is [1858; WNT], ‘oranjebitter’ in zes pomerans, twee klare met suiker! [1889; Groene Amsterdammer], ‘bittere oranjeappel’ in pommerans ... een bittere variëteit van den Oranjeappel [1922; WNT].
Ontleend aan Duits Pomeranze [15e eeuw; Kluge], dat zelf ontleend is aan Italiaans en/of middeleeuws Latijn pomarancia; het woord is gevormd uit Italiaans pomo ‘appel’ < Laatlatijn pomum ‘appel’, Latijn pōmum ‘vrucht van een fruitboom’, van onbekende herkomst, en arancia ‘oranje’, middeleeuws Latijn arangia, zie → oranje. De betekenis ‘dopje van biljartkeu of schermdegen’ is mogelijk ontstaan omdat dat een vilten of leren bolletje is, dat eruit ziet als een vruchtje.
De pomerans of bittere sinaasappel wordt nog steeds gebruikt, onder meer voor het maken van oranjemarmelade, en in de likeur pomerans, die ook wel bekend staat als oranjebitter [1875; Calisch NE]; de schillen worden gebruikt bij het brouwen van witbier; zie ook → appelsien.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pomerans [vrucht van de Citrus amara, dopje] {pomerancien appel [vrucht] 1477, pomerantsche 1599; de betekenis ‘dopje’ 1850} < hoogduits Pomeranze < middeleeuws latijn pomum Arantiae, waarin pomum [appel] (vgl. oranje1); in de betekenis ‘dopje van biljartkeu’ hetzelfde woord met betekenisoverdracht op grond van vormovereenkomst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pomerans znw. v., evenals nhd. pomeranze in de 15de eeuw < mlat. pomarancia, een samenstelling van pomo (< lat. pōmum ‘boomvrucht’) + arancio (waarvoor zie: oranje 1).

De pomerans aan de biljartkeu is hetzelfde woord.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pomerans znw. Evenals hd. pomeranze v. (> de. pomerans) in de 15. eeuw uit mlat. pomarancia, dit uit it. pomo (< lat. pômum “boomvrucht”) en arancio “pomerans” (zie oranje). — pomerans II (aan een biljartqueue) is ’t zelfde woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pomerans v., gelijk Hgd. pomeranze, uit Mlat. pomaranciam (-ia), een samenst. met It. pomo, Lat. pomum (Fr. pomme) = appel en It. arancia (z. oranje 2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pomerans I [+]: vrug v. ’n sitruss. en wel v. d. bitterlemoen (v. pomelo); Ndl. pomerans (by Kil pomerantsche), ontln. aan Hd. (15e eeu) pomeranze, ontl. aan Ll. pomerancia uit It. pomo (Lat. pomum), “boomvrug”, en arancio, “oranje” (m. byg. aan Lat. aurum, “goud”), v. Lok s.v. nāräng; vgl. ook pomelo.

pomerans II: biljartstokpunt, dies. wd. as pomerans I, maar waar lg. in Afr. veroud. is of misk. nooit bestaan het nie, leef pomerans II nog by bep. biljartspelers; vgl. pomelo en pomerans I.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pomerans ‘oranjeappel’ (Duits Pomeranze)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pomerans, van ’t M.-Lat. pornarancia, van ’t It. porno = appel en arancia = oranje (z. d. w.); het woord bet. dus letterlijk: oranje-appel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pomerans ‘dopje’ -> Frans dialect pomèrance ‘dopje van een biljartkeu’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pomerans dopje 1850 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal