Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

poep - (Duitser uit Westfalen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

poep [Duitser (uit Westfalen)] {Hans Poep [Duitser] ca. 1600} mogelijk < hoogduits Bube (vgl. boef), waarschijnlijk ook geassocieerd met poep [stront].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

poep 2 znw. m. ‘scheldnaam voor personen, in het bijzonder naam voor de Westfaalse hannekemaaiers, maar in Z-Beveland voor de bewoners van Zeeuws-Vlaanderen en in Groningen voor de katholieken. Gaat men van de 1ste bet. uit dan is afl. uit nhd. bube waarschijnlijk, wil men echter denken aan een scheldwoord van algemenere strekking, dan is te denken aan het gebruik van poep 1 als aanduiding van de minderwaardigheid van een persoon.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

poep II (mof). Nog niet bij Kil. Oorsprong onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

poep 1 m. (Duitsche mof), naar de Hgd. uitspraak van bube = boef (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

poep 1 zn. m.: (scheldnaam voor) Brabander, Belg; rooms-katholiek. Een poep is ook in andere dialecten en streken een naam voor een vreemdeling, iemand die van elders komt. In West-Friesland en Texel spreken ze van een ‘Zeeuwse, Gelderse of Haagse poep’. Ruimer verspreid is de bijnaam poep voor een ‘Duitser’, b.v. Hans Poep. In Zeeuws-Vlaanderen ook scheldnaam voor een ‘bordeelbezoeker’ (WNT). Het woord wordt soms verklaard uit D. Bube ‘knaap’, maar dat kan dan alleen maar slaan op ‘Duitser’. Nu valt het op dat het woord poep verschillende betekenissen gemeen heeft (WNT) met mop, nl. ‘geld’ (Bargoens), ‘grote baksteen’, die in Vlaanderen een moef(e), mof heet, terwijl mof, mop alweer een bijnaam is voor de Duitser. Dat lijkt erop te wijzen dat poep een klankexpressieve variant is van mop ‘mof’, met anticipatie van de p.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Poep (1) Friese volksnaam voor de Meerkoet [De Vries 1912; 1928; Zantema 1992]. Albarda 1897 noemt de naam niet. Het woord betekent ook ‘Duitser’ of ‘Groninger’ [De Vries 1928 p.116]. Als scheldnaam hanteert ook de uitgescholdene de naam weer: zo is poep bij de Groninger een scheldnaam voor een Duitser (deze komt uit ‘Poepmlaand’) of voor een katholiek [vD 1970], en bij de (Noord)duitser is ‘Pap’ (ook Pup?) een katholiek. Duitse volksnamen voor de Meerkoet zijn Pfaff (‘paap’), Papke en Pupke [Wüst 1970]; het lijdt weinig twijfel of bij de D naam is er een verwijzing naar het uniforme zwarte kleed. De gevoelswaarde van de naam zal nog eens extra benadeeld zijn door het bestaan van het woord poep/Pup (= ‘drek’).
ETYMOLOGIE N poep (= scheldnaam voor personen) (begin 17e eeuw) ?<D Bube ‘boef’. De VK vermeldt het woord niet, evenmin als MH.

J. Meijer (1984), Tolk van 't olle volk: Joods supplement op het Nieuw Groninger woordenboek van K. ter Laan, Scheemda

poep TL 768: Scheldnaam voor een R. Katholiek. Wilm Pope, op dezelfde wijze als Doavied Jeude ….. Vervolgens onder 2. scheldnaam, of altans naam uit de hoogte, voor de Duitsers... Poepmtrien, zie jeudndoavied.....

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal