Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plamuur - (stopverf)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

plamuur: s.nw. en ww., mengsel aan mure gestryk om hulle glad te maak; glad maak v. mure m. mengsel; Ndl. plamuur en plamuren, hou wsk. verb. m. Fr. (end 17e eeu) planure, afl. v. planer, “glad maak” (uit Lat. plānāre), verb. m. Mnl. en Mhd. plāmen, “glad stryk”, onseker (v. dVri J NEW).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plamuur ‘stopverf’ -> Indonesisch plamir, plamur ‘stopverf’; Papiaments plamür ‘stopverf’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal