Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pinkster - (christelijk feest)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Pinkster, Pinksteren [christelijk feest] {pinxten 1201-1250, pincxsteren 1282} < latijn pentecoste < grieks pentèkostè (hèmera) [50e (dag)], namelijk 50e dag na Pasen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

Pinkster znw. m. en pinksteren, mnl. (noordnl.) pinxter, pinster, pinxteren en ouder pinxten (uit een verbinding te pinxten), os. te pinkoston ‘op Pinksterenʼ, mhd. pfingsten, ofri. pinxta, is een kerkwoord, dat uit het opperduits (ohd. fona fimfchustim!) zich verder verbreid heeft. Het is een woord der ariaanse missie, vgl. got. paintēkustē < gr. pentēkostḗ (hēméra) ‘de vijftigste dag na Pasenʼ. — > amerik-eng. pinkster (vgl. J. E. Neumann JEGPh 44. 1945. 275).

De vorm met de uitgang -eren ook in mnd. pinxter(en), ofri. pinkostra, pinxtera is zeker niet toe te schrijven aan de invloed van hd. Ostern ‘Pasenʼ, daar in de dial. waar het woord voorkomt het woord Ostern juist ontbreekt. FW 503 wijst terecht op een verbinding als ofri. anda thera pinxtera wiki ‘in de Pinksterweekʼ, waarin het woord als een bnw. geflecteerd is. — De lat. kerkbenaming was quinquagesima, later cinquagesima en dit werd onder de invloed van de kerk van Reims naar Vlaanderen verbreid en hier als Sinksen overgenomen. — In het Eng. gebruikte men de term hwīta sunnandæg (ne. whitsunday) voor de eerste Pinksterdag, wegens de witte klederen van de op die dag gedoopten; daaruit weer on. hvītasunnudagr, hvītadagr. In het oostskand. betekent dit woord in aansluiting aan mnd. witte sondach, nnl. witte Zondag de eerste Zondag na Pasen (Quasimodo-geniti), soms ook de eerste Zondag van de vastentijd (Invocavit). Overigens heeft het on. ook het mnd. pinxten overgenomen als pīkisdagr, pikisdagr.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Pinkster v., Os. te pinkoston, gelijk Hgd. pfingsten, Fr. pentecôte, uit Gr.-Lat. pentēcostē, zelfst. gebr. rangtelw. van pentḗkonta = vijftig (z.d.w.): het is de vijftigste dag na Paschen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal