Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pinguïn - (zwemvogel (familie Spheniscidae))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

pinguïn zn. ‘zwemvogel (familie Spheniscidae)’
Vnnl. groote water vogelen die genaemt werden Pinguijns ‘grote watervogels die Pinguins worden genoemd’ [1595; Rouffaer/IJzerman 1925], Dese voghels ... worden Pinguins ghenoemt van weghen hare vettigheydt [1600; Wieder 1923]; nnl. Noordsche Penguyn ‘reuzenalk’ [1763; Houttuyn I, 5, 80].
Ontleend aan Engels penguin, oudste vindplaats pengwin [1577; OED3], waarmee aanvankelijk de in 1844 uitgestorven reuzenalk (Alca impennis) werd aangeduid. Spoedig werd de naam ook gebruikt voor de pinguïn, die net als de reuzenalk rechtop liep en niet kon vliegen. Wrsch. is Engels penguin ontleend aan Welsh pen gwyn, een samenstelling van pen ‘kop’ en gwyn ‘wit’, naar de witte voorhoofdsvlek van de reuzenalk. Minder wrsch. is dat het woord is afgeleid van Latijn pinguis ‘vet’.
Lit.: G.P. Rouffaer & J.W. IJzerman (red., 1925), De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, 's-Gravenhage, 259; F.C. Wieder (1923), De reis van Mahu en De Cordes door de Straat van Magalhães naar Zuid-Amerika en Japan 1598-1600, 's-Gravenhage, 234

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pinguïn [watervogel] {1595} < engels penguin, waarschijnlijk uit het welsh, van pen [kop] + gwyn [wit]; oorspr. werd de naam gebruikt voor de in 1844 uitgeroeide reuzenalk, de arctische tegenhanger van de pinguïn.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pinguin znw. m. internationaal woord voor deze vogelsoort. Daar zij vroeger vetganzen genoemd werden, is een geleerde afl. van lat. pinguis ‘vetʼ aannemelijk.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pinguin znw. Internationale benaming van onzekeren oorsprong (o.a. van lat. pinguis “vet” afgeleid).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pikkewyn s.nw.
Seevoël in die suidelike halfrond met 'n swart kop en rug en 'n wit bors.
Uit Ndl. seemanstaal piggiwyn (1668) (Scholtz 1974: 12). Die Kaapse vryburger Büttner gebruik omstreeks 1715 al die byna suiwer Afr. vorme pickoweijn en pikowyn (Scholtz 1974: 12). In teenstelling met die alg. Ndl. pinguin gebruik ook Van Riebeeck (1651 - 1662) die vorm peguijn, dus sonder die nasaal in die eerste lettergreep.
Die Ndl. seemanstaal het die woord aan die Port. seemanstaal ontleen.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pikkewyn: dié ben. is (mntl. al voord. 16e eeu) eers aan ’n arktiese voëls. gegee wat soms ver na d. suide beweeg het en in Ndl. bek. was as alk, in Eng. as auk (Pinguinus impennis, fam. Alcidae) en is later tydens d. seereise v. Port. e.a. oorgedra op vglb. antarktiese voëls. v. d. fam. Spheniscidae wat soms ver na d. noorde beweeg het; Ndl. pinguin (oudste dokg. fenguines (mv.) in 1595 a. d. Kaapse kus; by vRieb almal vorme m. n-lose eerste letg., o.a. peguins/peguyns/peguijnvogels/pequijns boutjen (in WNT bequijns – ); by But ± 1715 reeds pickoweijnen/pikowynen (Scho PD 4-5) en ander wv., asook vorme in ander tale, in WNT; vlgs. NED is herk. “obscure”, terwyl Web sy afl. uit Wal. pen, “hoof”, en gwyn, “wit” (n.a.v. ’n wit voorgebergte op ’n pikkewynryk eiland naby Newfoundland) handhaaf, en WNT (XII 1886) verkl. dat d. afl. v. Lat. pinguis, “vet”, “slechts een veronderstelling” is. Word daar egter rekening gehou m. die feite dat pingue, “vet”, sowel in Sp. as in Port. voorkom (gesubst. dim. pingueno/pinguino?) en dat die Spheniscidae vroeër in Ndl. bek. gestaan het as vetganzen (WNT t.a.p.), dan lyk dié “veronderstelling” redelik en mntl. selfs aanvaarbaarder as dié v. Web.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pinguïn (Engels pinguin)

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Pinguïn Zie noot sub Katuil en zie sub Keerkringvogel.

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

pinguïn. In het Belgisch-Limburgse Genk tekende ik als verwensing op ga pinguïns plukken! De emotionele betekenis is ‘ik heb het wel gezien met je, ga ergens anders maar nutteloos werk doen’.

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

pinguïn {uit ‘penguin’} koddige watervogel van tussen de 40 en 120 cm hoog, die alleen op het zuidelijk halfrond voorkomt. Ziet eruit als een ober of non: zwarte achterkant en vleugels (waar hij niet mee kan vliegen), wit front. Naam komt uit het Welsh: ‘pen’ is ‘kop’, ‘gwyn’ is ‘wit’. Oorspr. was het de naam voor de reuzenalk, die, als we de plaatjes mogen geloven, sprekend op een pinguïn leek, ook al was het geen familie. De laatste reuzenalk werd in 1844 gevangen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pinguïn ‘rechtop gaande watervogel’ -> Frans pingouin ‘rechtop gaande watervogel’; Italiaans pinguino ‘rechtop gaande watervogel’ <via Frans>; Maltees pingwin, pengwin ‘rechtop gaande watervogel’ <via Italiaans>; Indonesisch penguin /pingwin/ ‘rechtop gaande watervogel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pinguïn pinguïnachtige 1595 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal