Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

peg - (houten pin of spie)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

peg* [spie] {pegge 1477} verwant met pegel1.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

peg v., + Meng. pegge (Eng. peg), Zw. pigg, De. pig + Lat. baculum, Gr. báktron = stok.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

pag, zn.: tuierpaal, weidepaal. 1556 pagghen inder erden geslaeghen, Hasselt (Gessler 79). Het woord houdt verband met peg ‘houten pin, spie’, E. pag ‘houten pin’. Vermoedelijk een substraatwoord, verwant met Lat. palus ‘paal’, pango ‘slaan’, met grondbetekenis ‘vastslaan’ of verwant met Lat. baculum ‘stok’ (Weijnen). Afl. paggen, paggelen ‘(koeien) vastmaken’. – Bibl.: A. van Loey, Pag. Album Willem Péé, 1975, 425-426.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

pag, zn.: tuierpaal, weidepaal. 1556 pagghen inder erden geslaeghen, Hasselt. Het woord houdt verband met peg ‘houten pin, spie’, E. pag ‘houten pin’. Vermoedelijk een substraatwoord, verwant met Lat. palus ‘paal’, pango ‘slaan’, met grondbetekenis ‘vastslaan’ of verwant met Lat. baculum ‘stok’ (Weijnen). Afl. paggen, paggelen ‘(koeien) vastmaken’. – Bibl.: A. van Loey, Pag. Album Willem Péé, 1975, 425-426.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

pag tuierpaal (Hageland, Oost-Brabant). Vgl. eng. pag ‘houten pin’. Gezien de begin-p wschl. ontleend aan een niet-germaans, maar wel i.e. substraat en als zodanig ~ lat. pālus ‘paal’ (» nl. paal), lat. pango ‘slaan’, miers. age ‘pijler’. De grondbetekenis v.d. wortel is dan ‘vastslaan’. Mogelijk echter ook ~ lat. baculum ‘stok’ en gr. baktron ‘stok’.
WBD 320, 321, 167, 220, IEW 788.

peg houten pin (Brabant). Vgl. eng. peg ‘id.’. Mogelijk « i.e. substraattaal blijkens gr. pássalos ‘pin’.
NEW 512, WNT XII 916-917.

pig puntig stokje (Groningen). = peg ↑.
Molema 324.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

peg ‘houten pin of spie’ -> Engels peg ‘pin, spie; (kapstok)haak; wasknijper; tentharing; piketpaal; snaarsleutel’; Zweeds peg ‘houten pin of spie, tee (golfsport)’ <via Engels>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

peg* houten pin of spie 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal