Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

papier - (beschrijfbaar materiaal)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Egyptisch

Wie aan Egypte denkt, denkt aan piramides. Maar waar komt het woord vandaan?
Toen de Grieken de indrukwekkende piramide van Cheops leerden kennen (nadat Alexander de Grote in 332 v.Chr. Egypte had veroverd) gebruikten ze er het woord puramis voor. In het verleden is wel verondersteld dat het teruggaat op het Egyptische pr-m-us (‘hoogte’), maar die etymologie is onbewezen. De Grieken zelf legden een verband met verschillende Griekse woorden: pur (‘vuur’), puros (‘tarwe’) of puramis (‘tarwekoek’). Ze meenden dat de vorm van de piramide gelijkenis vertoont met een brandend vuur, een graanschuur of een tarwekoek. Het blijft speculatie.
Ook het woord sfinx weten we alleen dat het uit het Grieks tot ons is gekomen, hoewel de vroegste afbeeldingen van dit fabeldier met leeuwenkop en vrouwenboezem uit Egypte stammen. Misschien is er een verband met Egyptische sjesep-anch (‘levend beeld’).

Natuur
Zeker is dat het Egyptische rijk andere talige sporen heeft nagelaten. Zo is albast voor wit marmer vernoemd naar de Egyptische stad Alabastron. Albast is, net als andere Egyptische leenwoorden, via andere talen in het Nederlands beland. Meestal is het Egyptische woord eerst in het Grieks geleend, want het Egyptisch stond sinds Alexander de Grote in direct contact met het Grieks, dat de bestuurstaal werd in Egypte. Na de inlijving van Egypte door de Romeinen in 30 v. Chr. bleef het Grieks de meestgebruikte schrijftaal. De Egyptisch/Griekse leenwoorden werden nu ook overgenomen in het Latijn, en via die route zijn de leenwoorden uiteindelijk in het Nederlands beland. Door de Griekse invloed op het Egyptisch veranderde die taal zodanig dat hij vanaf de derde eeuw Koptisch wordt genoemd. Dat Koptisch werd tot in de 15de eeuw gesproken, en is tot op heden de liturgische taal in de Koptische kerk.
Namen van verschillende Egyptische dieren en planten hebben we aldus via het Latijn en Grieks leren kennen, zoals ibis (de vogel), lelie en ebbenhout. Andijvie is eigenlijk een in februari geoogste plant: het woord gaat waarschijnlijk terug op het Koptische ṭūba (‘februari’), hoewel er ook andere verklaringen in omloop zijn. Gummi voor ‘Arabische gom’ gaat terug op Egyptische kmj-t (‘hars, kleverig plantensap’). In de negentiende eeuw heeft het Nederlands ook het Egyptische woord oase voor een vruchtbare plek in de woestijn leren kennen, via uit het Duits vertaalde reisbeschrijvingen

Farao
Het woord chemie is ontleend aan het Grieks; daarin betekende het waarschijnlijk oorspronkelijk ‘Egyptische kunst’. Het woord is dan afgeleid van de naam voor Egypte die in het Koptisch kēmi, ‘zwart (land)’, luidde; Egypte werd het zwarte, oftewel vruchtbare, land genoemd, tegenover de omringende bleke woestijn.
Een andere ontleningsweg heeft farao gevolgd. Dit woord is via de Bijbel bekend geworden: het Hebreeuws heeft het geleend uit Egyptisch per’aa of praa (‘paleis’, letterlijk ‘groot huis’). Vervolgens werd het woord gebruikt voor de bewoner van het paleis, de farao. In het Egyptisch werden klinkers niet geschreven, net als in het Arabisch. Daardoor weten we vaak niet precies welke klinkers in een woord hebben gestaan. Het woord farao vinden we waarschijnlijk ook terug in papyrus en in het via het Frans ontleende papier: papyrus is de naam voor de plant waarvan de Egyptenaren al duizenden jaren voor Christus beschrijfbaar materiaal maakten. De naam gaat terug op pa-per-aa ‘wat tot de farao behoort’: de farao had in het oude Egypte het monopolie op het bereiden van papier.

Hiërogliefen
Al met al is de Egyptische erfenis maar klein. Tekenend voor de betrekkelijk geringe invloed van het Egyptisch is dat zelfs het woord voor de Egyptische schrifttekens, hiërogliefen, uit het Grieks stamt. De kerkvader Clemens van Alexandrië gebruikte dit woord, dat letterlijk ‘heilige groeven’ betekent , al in de tweede eeuw na Chr. Pas nadat Jean-François Champollion het schrift met behulp van de meertalige steen van Rosetta had ontcijferd, raakte het woord bekend in andere talen.
Intussen is het belangrijkste dat we van de Egyptenaren hebben geërfd nog niet vermeld: de tamme kat. Maar waar zijn naam vandaan komt, is onzeker. De bronnen zwijgen – als een sfinx.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2016), ‘Egyptisch’, in: Onze Taal 6, 24.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

papier zn. ‘beschrijfbaar materiaal’
Mnl. papier, pappier, pampier ‘dunne bladen, beschrijfbaar materiaal’ in gheberrent papier ‘verbrand papier, as van papier’ [1351; MNW-P], inct ende ooc pappier ‘inkt en ook papier’ [1350-1400; MNW-R], ‘geschreven stuk, officieel papier’ in eerst beghint dit papier an die vorbode van der stede van Hulst ‘dit register begint met de verordeningen van de stad Hulst’ [1468-97; MNW vorebot]; vnnl. pampier, papier ‘papier, geschrift’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Frans papier ‘beschrijfbare bladen, geschriften’ [1308; TLF], eerder al ‘dunne bladen’ [eind 12e-begin 13e eeuw; TLF], een geleerde ontlening aan Latijn papȳrus ‘beschrijfbaar materiaal; papyrusplant’, dat zelf is ontleend aan Grieks pápūros ‘papyrusplant’, een leenwoord van onbekende oorsprong. Misschien is het een Egyptisch woord: de Egyptenaren maakten duizenden jaren voor Christus al een beschrijfbaar materiaal van de inheemse papyrusplant.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

papier [beschrijfbaar materiaal] {pap(p)ier 1301-1400} < oudfrans papier < latijn papyrus < grieks papuros, van onbekende herkomst. Mogelijk, maar zeker niet aantoonbaar, van egyptisch pa per aa [dat van de koning], d.w.z. koninklijk monopolie (van de papyrusfabricage).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

papier

Het woord papier, dat in allerlei vormen in vele talen bestaat, is overgenomen uit Latijn papyrus, Grieks papuros. Daar de Egyptenaren de papyrusplant gebruikten om er op te schrijven, zal het woord wel uit het Egyptisch afkomstig zijn, maar het is ons uit die taal niet overgeleverd. Dat is de reden dat men ook wel gedacht heeft aan een woord van Koptische oorsprong. De Kopten zijn Christelijke nakomelingen der oude Egyptenaren (het woord Kopt is een verbastering van Aegyptus) die zowel de besnijdenis als de doop hebben. Hoe ook, men verstaat onder papier een stof, samengesteld uit tot een vaste massa geworden vezels van verschillende stoffen die na tot een pap te zijn gemaakt, worden geperst en gedroogd en die dient om te beschrijven, te bedrukken of als verpakkingsmateriaal.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

papier znw. o., mnl. papier, pappier, pampier o. m. ‘papier, beschreven stuk papier, register’ (in 14de eeuw reeds algemeen), evenals mnd. papir, pappir (> laat-on. pappir), laat-mhd. papir < lat. papyrus, gr. pápuros. Daar de Egyptenaren de papyrus als schrijfmateriaal gebruikten, zal het woord wel uit het egyptisch herkomstig zijn, maar het is ons niet overgeleverd.

papier [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 240 [1969].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

papier znw. o., mnl. papier (pappier, paupier, ook pampier, wat nog voorkomt) o. (m.) “papier, (beschreven) stuk papier, register”, in de 14. eeuw reeds veel voorkomend. = laat-mhd. papîr (nhd. papier) o., mnd. pap(p)îr o., laat-on. pappîr “papier”. Uit lat. papyrus, -um (gr. pápuros) “papyrus“, dat wel uit het Kopt. wordt afgeleid. Ags. komt paper “papirus” voor. Eng. paper “papier” komt uit ’t Fr. — Van de fr. afl. paperasse “klad-, scheurpapier” komt ’t nnl. znw. paperassen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

papier o., gelijk Hgd., Fr. id., Eng. paper, uit Lat. papyrum (-us), Gr. pápuros = schrijfbladen vervaardigd van Egyptisch riet, van Kopt. pa-bur, d.i. in Bura bij Damiette vervaardigd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

pampier, zn.: papier. Vrij verspreid voorbeeld van epenthesis van nasaal. - Bibl.: A. Van Loey, De nasaal in pampier. Hand. KCTD 18 (1944), 81-84.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

pampier zn. o.: papier. Vrij verspreid voorbeeld van epenthesis van nasaal. - Bibl.: A. van Loey, De nasaal in pampier. Hand. KCTD 18 (1944), 81-84.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

pampier, zn. o.: papier. Vrij verspreid voorbeeld van epenthesis van nasaal. - Bibl.: A. Van Loey, De nasaal in pampier. Hand. KCTD 18 (1944), 81-84.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

papier s.nw.
1. Tipe dun stof om o.a. op te skryf of goedere mee toe te draai. 2. (in die mv. papiere) Amptelike bewysstukke, dokumente.
Uit Ndl. papier (al Mnl.).
Ndl. papier uit Fr. papier uit Latyn papyrus 'plant waarvan die antieke Egiptenare 'n soort papier gemaak het'.
D. Papier, Eng. paper.
Vgl. papirus.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

papier: materiaal (uit hout en tekstiel) v. druk- en skryfwerk; Ndl. papier (in NNdl. en SNdl., soos in Afr., ook pampier, Mnl. pap(p)ier/pampier, by vRieb gew. pampieren), Hd. papier, Eng. paper, direk of via Fr. papier uit Lat. papyrus, Gr. papuros, ben. v. d. rietgras waaruit in Egipte materiaal v. skryfwerk gemaak is.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

papier (Frans papier)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Papier, van ’t Lat. papyrus, Gr. papuros = schrijfbladen van ’t Egyptische riet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

papier, pampier ‘beschrijfbaar materiaal’ -> Deens papir ‘beschrijfbaar materiaal’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors papir ‘beschrijfbaar materiaal’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds papper ‘beschrijfbaar materiaal’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins paperi ‘beschrijfbaar materiaal’ <via Zweeds>; Ests paber ‘beschrijfbaar materiaal’ (uit Nederlands of Nederduits); Noord-Sotho pampiri ‘beschrijfbaar materiaal’ <via Afrikaans>; Tswana pampiri ‘beschrijfbaar materiaal’ <via Afrikaans>; Zuid-Sotho pampiri ‘beschrijfbaar materiaal’ <via Afrikaans>; Javaans dialect papir ‘vloeipapier’; Munsee-Delaware pámpi:l ‘(blad) papier, krant, boek’; Unami-Delaware pámpi:l ‘beschrijfbaar materiaal’; Negerhollands pampier, pampi ‘beschrijfbaar materiaal’; Berbice-Nederlands pampiri ‘beschrijfbaar materiaal’; Skepi-Nederlands paper ‘beschrijfbaar materiaal’; Sranantongo papira ‘beschrijfbaar materiaal’; Aucaans pampila ‘diploma, verklaring’; Saramakkaans pampía ‘beschrijfbaar materiaal’; Tiriyó panpira ‘beschrijfbaar materiaal, boek’; Surinaams-Javaans papirah ‘beschrijfbaar materiaal, formulier, formaliteit(en), papieren, diploma, getuigschrift(en)’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † fripampi, pampi ‘beschrijfbaar materiaal’.

N. van der Sijs (2009), Yankees, cookies en dollars, Amsterdam

pampier, de normale zeventiende-eeuwse vorm voor papier, is overgenomen als: Munsee Delaware pámpil ‘(blad) papier, krant, boek’; Unami Delaware pámpil.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

papier beschrijfbaar materiaal 1361-1362 [Toll.] <Frans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

papieren: de goede, beste — hebben, wieleruitdrukking voor ‘nog soepel kunnen fietsen na het leveren van zware inspanningen’. Wie hiertoe minder goed in staat is, heeft slechte papieren. Oorspronkelijk Zuid-Nederlands.

Knetemann en Boeve beschikten over de slechtste papieren. (NRC Handelsblad, 22/08/86)
Bij ons was het zo dat wie in een klassieker de beste papieren had, of wie in een etappekoers na twee of drie dagen nog in staat was te winnen, automatisch de steun van de anderen kreeg. (Gijs Zandbergen: Alleen op kop, 1990)
Om Raas te kloppen moet je hier wel verschrikkelijk goede papieren hebben. (Ron Couwenhoven: Wielerklassiekers, 1990)
de beste vooruitzichten hebben op de overwinning; er het beste voorstaan.
Breukink moest in 1988 en 1989 Rooks en Theunisse laten voorgaan, maar heeft sinds vorig jaar de beste papieren. (Het Parool, 01/06/91)
De Italianen hadden na het 1–1 gelijkspel in Camp Nou de beste papieren. (NRC Handelsblad, 25/04/97)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1775. Het papier is geduldig,

d.w.z. op papier kan men allerlei dwaasheid en onzin schrijven, zonder tegengesproken te worden; men schrijft wat men wil; vgl. De Brune, 122:

 't Papier lijdt al, en nimmers kijft,
 Wat dat de mensche daer op schrijft.

De Romeinen drukten deze gedachte uit door epistola non erubescit, een brief bloost niet (Cicero, ad fam. V, 12, 1), later gewijzigd in litterae non erubescunt of charta non erubescit. De zegswijze heb ik niet eerder dan in 19de eeuw aangetroffen bij Harreb. II, 171; V. Lennep, Rom. XXI, 168: Wat beduidt, waar die diamanten (van Karel den Stoute) voor te boek staan op die lijst?.... het perkament is geduldig. In Zuid-Nederland papier is verduldig (zie Claes, 261); Antw. Idiot. 939: het papier is verduldig, men moet niet alles gelooven, wat gedrukt wordt; Waasch Idiot. 506; Villiers, 96; hd. Papier ist geduldig (Wander III, 1174); eng. paper won't blush.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal