Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

overlast - (zware last; hinder; overtollige of overcomplete goederen die zich in een schip bevinden)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

overlast znw. m., mnl. ōverlast eig. ‘zware last’, maar ook reeds ‘zware rouw’ en ‘geweld, smaad’ (ōverlast doen), zo ook in mnd. mhd. en ofri.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† overlast znw. In de tegenwoordige overdr. bet. reeds mnl. mhd. mnd. ofri.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

oorlas s.nw.
Iemand of iets wat 'n kwelling of hindernis is.
Uit Ndl. overlast (1696). Ndl. overlast het al in Mnl. in die lett. bet. 'swaar las' voorgekom, met die bygedagte dat die vrag té swaar is, waaruit die fig. bet. (ook al Mnl.) 'rou, smart' ontwikkel het. Uit hierdie opvatting ontstaan al vroeg die huidige bet. Eerste optekening in Afr. by Kern (1890).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

overlast ‘zware last; hinder; overtollige of overcomplete goederen die zich in een schip bevinden’ -> Deens (gøre, lide) overlast ‘overtollige of overcomplete goederen die zich in een schip bevinden; bovenste deel van de lastruimte van een schip’; Noors overlast ‘overtollige of overcomplete goederen die zich in een schip bevinden; hinder’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal