Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

order - (bevel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

order zn. ‘bevel’
Vnnl. ordre ‘bevel’ in sal de voornoemde Generael ... ordre gheven, dat [1599; WNT].
Ontleend aan Frans ordre ‘bevel’ [ca. 1225; TLF], zie verder → orde 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

order [bevel] {ordre 1599} < frans ordre, oudfrans ordene (vgl. orde).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

order znw. v., sedert ± 1600, vooral als mv. orders ‘bevelen’ < fra. ordre ontstaan uit *ordene.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

order v., uit Fr. ordre: z. orde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1order s.nw. (veral geselstaal)
1. Bevel, magtiging of opdrag, dikw. amptelik en skriftelik. 2. Bestelling.
In bet. 1 uit Ndl. order (1647). In bet. 2 uit Eng. order (1836) of Ndl. order. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. order en Eng. order uit Fr. ordre.

3order s.nw.
1. Aanwysing aan 'n finansiële instelling dat 'n tjek of wissel aan 'n order (3order 2) betaalbaar is. 2. Persoon wat deur iemand, aan wie 'n tjek of wissel uitgemaak is, aangewys is om die betaling te ontvang.
Uit Ndl. order (1798 in bet. 2) of in bet. 1 mntl. uit Eng. order (1673). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

order (Frans ordre)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

order [*ohduh] bestelling, opdracht.

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

orde (III) en order. - Het Fransche woord ordre beteekent, onder meer: 1o rangschikking; 2o vereeniging van personen door eene wet, een regel, verbonden; 3o bevel, lastgeving. Aan de twee eerste dezer beteekenissen beantwoordt ndl. orde, aan de derde ndl. order; het is dus een gallicisme, als men deze twee woorden met elkander verwart.
1) Voorbeelden van orde, waar order vereischt wordt. || Den man, die hem deze orde (t.w. een verzegeld bevelschrift) zal overhandigen, SLEECKX 12, 137. Neem deze orde, breng ze den veldheer enz., 12, 143. Waar zijn de vijf vrouwen die aan mijne orde ontbreken? 12, 143 (zie ook nog verscheidene voorbeelden 12, 137 en 138).
2) Voorbeelden van order, waar orde vereischt wordt.
a) In den zin van rangschikking: l’ordre du jour is de aanwijzing van ’t geen in eene vergadering beurtelings moet behandeld worden; men zegt dus niet order van den dag, maar orde van den dag. || Dit vraagstuk (t.w. het handwerkonderwijs) is tegenwoordig in alle landen aan de order van den dag, DE VYLDER in De Toekomst 31, 165.
b) In den zin van: godsdienstige vereeniging. || En de biddende orders! Die loopen rond om het woord Gods te verkondigen, zij hooren biecht en absolveeren; maar op wat manier? HAERYNCK, Boendale 107. De geestelijke orders … gingen voort met in hunne scholen en gestichten vertooningen te geven, V. HAUWAERT, Vl. Tooneel 29.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

order ‘bevel’ -> Russisch órder ‘voorschrift, bevel; (sovjettaal) toewijzing van een woning’; Oekraïens órder ‘voorschrift, bevel’ <via Russisch>; Wit-Russisch órder ‘voorschrift, bevel’ <via Russisch>; Azeri order ‘schriftelijk bevel’ <via Russisch>; Indonesisch order ‘bestelling van koopwaar; commando; dwangarbeid’; Atjehnees rudi ‘last van overheidswege (werk of geld), herendienst, belasting’ <via Indonesisch/Maleis>; Boeginees rôdi ‘bevel, teken’; Jakartaans-Maleis order ‘bevel, verzoek, bestelling’; Javaans † urdi ‘order (geven)’; Madoerees udēr, buku udēr ‘order, circulaire, rondgaande brief aan militairen’; Makassaars rôdi ‘bevel’; Nias rodi ‘herendienst’; Negerhollands order, ordǝ ‘bestellen, bevel’; Papiaments òrdu (ouder: order) ‘bevel’; Sranantongo ordru ‘bevel’.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

order zn. Ontleend aan het Engels.
= bestelling; opdracht.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

order bevel 1599 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal