Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opzadelen - (een rijdier een zadel opleggen)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

opzadelen

In de laatste tijd leest en hoort men telkens dat iemand ergens mee wordt opgezadeld. Daarmee wordt bedoeld dat de betrokkene tegen zijn zin met de een of andere taak wordt belast, dat hem wordt opgedragen iets onaangenaams ten uitvoer te brengen en zelfs ook dat hij ervan wordt beschuldigd de oorzaak van iets onplezierigs te zijn. De minister wordt overal maar mee opgezadeld, schreef een dagblad. Natuurlijk is opzadelen letterlijk: een paard de (of het) zadel op de rug leggen om het te berijden en figuurlijk: iemand iets opleggen dat hem onaangenaam is. De gedachte daarbij is dat een paard liever vrij rondloopt dan met een zadel en een ruiter op zijn rug. Vroeger zei men: iemand iets opzadelen, nu alleen: iemand met iets opzadelen. Het eerste is taalkundig juister, maar ongebruikelijk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

opsaal ww.
1. 'n Saal op 'n rydier sit. 2. Belas met iets onaangenaams of problematies.
Uit Ndl. opzadelen (1598 in bet. 1).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1916 in bet. 1).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opzadelen ‘een rijdier een zadel opleggen’ -> Zuid-Afrikaans-Engels saddle up, upsaddle ‘een rijdier een zadel opleggen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal