Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opponeren - (zich verzetten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

oppositie zn. ‘tegenstand; tegenpartij’
Mnl. opposicie ‘verweer, verzet’ [1409; MNHWS], ‘tegenovergestelde stand van twee hemellichamen’ [1485; MNHWS]; vnnl. opposicie, oppositie ‘verzet, verweer in rechte’ in opposicie off appelacie ‘verweer of appel’ [1503; WNT Supp. appelatie], ‘verzet’ in eene generaele oppositie tegens soodaenige propositie ‘algemeen verzet tegen een dergelijk voorstel’ [1662; WNT uitwerken]; nnl. oppositie ‘tegenpartij in de politiek’ in de Statenvergadering ... eene vrij en ongestoord werkende oppositie [1830; WNT ultramontanisme], in de vaste verbinding oppositie voeren ‘zich in de politiek verzetten tegen de regering’ [1865; WNT wreken I], oppositie ‘tegenstelling’ in fonologische opposities ‘onderscheidende verschillen tussen spraakklanken’ [1947; WNT Aanv. phonologisch].
Ontleend, al dan niet via Frans opposition, aan Latijn oppositiō ‘verzet, tegenstand’, afleiding van oppōnere ‘zich verzetten tegen, zich opstellen tegen’, gevormd uit ob- ‘tegen’, zie → object, en pōnere ‘plaatsen, opstellen’, zie → positie.
opponeren ww. ‘tegenwerpingen maken’. Mnl. opponeren ‘bezwaar maken’ in soo ... yemant hem daer tegens soude willen opponeren ‘als iemand zich daar tegen zou verzetten’ [1355-1436; MNW overschricken]; nnl. ook ‘academische stellingen aanvallen’ (NN) in opponeren ... brengt tot zelfdenken [1828; WNT Aanv. defendeeren], vooral bij promoties, in tegen de dissertatie van zijn oudsten kleinzoon ... opponeeren [1862; WNT kleinzoon]. Ontleend aan Latijn oppōnere, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opponeren [zich verzetten] {1465 in de betekenis ‘zich verzetten, stelling nemen’} < latijn opponere [plaatsen, tegenover, in de weg stellen, tegenoverstellen, tegenwerpen], van ob [tegenover, in de weg] + ponere [plaatsen].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

opponeren (Latijn opponere)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opponeren zich verzetten 1465 [HWS] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal