Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opponent - (die zich verzet, die tegen iets stelling neemt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opponent [tegenpartij] {1478 in de betekenis ‘die zich verzet, die tegen iets stelling neemt’} < latijn opponens (2e nv. opponentis), teg. deelw. van opponere (vgl. opponeren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

opponent s.nw.
Teenstander, teenparty.
Uit Ndl. opponent (al Mnl.).
Ndl. opponent uit Latyn opponens (genitief opponentis), die teenwoordige dw. van opponere 'teenstaan', met lg. 'n samestelling van ob 'teenoor' en ponere 'plaas'.
D. Opponent, Eng. opponent.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opponent ‘die zich verzet, die tegen iets stelling neemt’ -> Indonesisch oponén ‘die zich verzet, die tegen iets stelling neemt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opponent die zich verzet, die tegen iets stelling neemt 1478 [HWS] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal