Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opera - (zangspel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

opera zn. ‘zangspel’
Vnnl. eerst het Italiaanse meervoud opere in een slach spelen by hen opere genoemd ‘een soort toneelspelen die door hen (Italianen) opera's worden genoemd’ [1668; WNT], dan opera ‘gezelschap dat zangspelen uitvoert, gebouw waarin dat gebeurt’ in het Antwerps Opera [1683; WNT klucht], opera ‘toneelstuk dat geheel gezongen wordt’ [1698; WNT zaagmolen]; nnl. opera ‘zangspel’ in het voorspel van een opera ‘de ouverture’ [1701; WNT voorspel], ‘gebouw waarin opera's worden uitgevoerd’ in in de opera ... op de staanplaats [1716; WNT].
Ontleend aan Italiaans opera ‘zangspel’ [1639; DELI], verkorting van opera musicale, de naam van de zangspelen en muziekdrama's die aan het eind van de 16e eeuw in Italië ontstonden. Opera gaat terug op Latijn opera ‘prestatie, verrichting’, een reeds vroeg als collectivum (v. ev.) geïnterpreteerde meervoudsvorm van opus (genitief operis) ‘arbeid, verrichting’.
Latijn opus is verwant met: Proto-Germaans *abnijan-, *ōbijan- ‘uitoefenen, verrichten’ (waaruit o.a. nnl. oefenen); Sanskrit ápas- ‘arbeid’, ā́pas- ‘religieuze verrichting’, ápnas- ‘bezit’; < pie. *h3ep-os- (IEW 780).
operette zn. ‘luchtig toneelstuk met zang en gesproken tekst’. Nnl. operet in een Operet, waarin gezongen zal worden De Jalousy, een romicque opera [1790; Groningse Courant], operette ‘stuk met zang en gesproken tekst’ [1824; Weiland opera], ook ‘gezelschap dat operettes uitvoert’ in werkstaking bij eene Wiener operette [1920; WNT werkstaking], de operette ... een 19e eeuws residu van de 18e eeuwse opéra-comique, die de oorspronkelijk lichte en komische stof, evenals de proza-gedeelten heeft behouden [1949; WNT residu]. Ontleend aan Duits operette [1698; Grimm], dat ontleend is aan Italiaans operetta ‘kleine opera van vrolijke aard’ [voor 1764; DELI], eerder al ‘kleine verrichting, klein literair werk’ [14e eeuw; DELI], van opera met het verkleiningsachtervoegsel -etta; in het Duits werd de uitgang -etta aangepast aan het Frans verkleiningsachtervoegsel -ette, zie → diskette.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opera [gezongen toneelspel] {1668} < italiaans opera [werk, schepping, kunstwerk, opera] < latijn opera [moeite, bemoeiing, werk(zaamheid)], naast opus (2e nv. operis) [werk, moeite], waarbij opera het mv. was, dat reeds in voorhistorische tijd als collectivum ging dienen en vervolgens vr. enk. werd met de betekenis ‘inspanning’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opera znw. m., sedert de 17de eeuw < fra. opera < ital. opera (in musica) ‘muziekwerk’, naam voor de in de 16de eeuw in Italië opkomende met muziek verbonden toneelwerken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

opera znw. Internationaal woord, in de 17. eeuw uit ’t It. overgenomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

opera s.nw.
Toneelstuk met sangers en orkes.
Uit Ndl. opera (1668).
Ndl. opera uit It. opera 'werk, kunswerk, opera'. Die huidige bet. ontwikkel uit It. opera in musica 'musiekwerk', wat gebruik is om te verwys na die sangspele wat voor die einde van die 16de eeu in Italië opgekom het. It. opera uit Latyn opera 'moeite, bemoeiing, werk', die mv. van opus, genitief operis 'werk, moeite'.
D. Oper (17de eeu), Eng. opera.
Vgl. oeuvre, operette.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

opera: sangtoneelspel; Ndl. (sedert 17e eeu) opera uit It. opera (uit opera in musica), sedertdien intern. (Hd. sedert 18e eeu egter oper), hou verb. m. Lat. opus (mv. opera), “werk”.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

opera ‘werken’ (Latijn opera); ‘gezongen toneelspel’ (Italiaans opera)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Opera (Ital. ópera = werk). Hieronder verstaat men een tooneelstuk op muziek, waarin de personen zingende hun rol vervullen. De opera geldt voor de hoogste kunstuiting, daar muziek (het orkest, n.l. de begeleiding van muzikanten), zang, dichtkunst en tooneelspeelkunst samenwerken. De componist (schrijver van muziek, ook toondichter geheeten) Cavalli (1639) uit Venetië was de eerste, die dezen naam aan zijn werken gaf: opera, meerv. van opus = werk.
Het tekstboek heet libretto (letterlijk: boekje) en de inleiding van het orkest ouverture (= opening). Ook het gebouw, waarin opera’s gegeven worden, heet opera.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opera ‘gezongen toneelspel’ -> Indonesisch opéra ‘gezongen toneelspel’; Makassaars dialect opêra ‘opera, operette’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opera gezongen toneelspel 1668 [WNT] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal