Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onderwijs - (onderricht)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Onderwijs en brasserie

Wat hebben onderwijs en brasserie met elkaar te maken? Het zijn twee van de meest opgezochte maar niet gevonden woorden op de website Etymologiebank.nl. Deze website, waarop alle belangrijke etymologische woordenboeken van het Nederlands staan, wordt jaarlijks meer dan vijf miljoen keer geraadpleegd. De Etymologiebank bevat momenteel meer dan 55.000 verschillende ingangen, en hoewel dat een mooi aantal is, zijn er ook woorden die door stom toeval ontbreken: tot nu toe heeft geen enkele etymoloog eraan gedacht ze te beschrijven. Gebruikers kunnen dat melden, waarna de etymologieën van de gemelde woorden op een zeker moment zullen worden toegevoegd. Dat zal dus bijvoorbeeld gaan gelden voor onderwijs en brasserie.

Onderwijs
Onderwijs is het woord waarover mensen het meest verbaasd zijn dat het ontbreekt in de Etymologiebank. “Ik vroeg me af of het eerste stukje, onder, verwijst naar het eenrichtingsverkeer in het lesgeven; dus van boven naar beneden? Of heb ik het verkeerd gezien?”, zo vraagt een gebruiker.
Onder heeft heel veel betekenissen. In woorden als onderwijzen, onderrichten en onderlegd gaat het om de betekenis ‘met figuurlijke steun’. Onderwijzen betekent eigenlijk ‘iemand ondersteuning bieden door hem de weg te wijzen’, en van daaruit heeft de betekenis zich ontwikkeld tot die van ‘lesgeven’. Onderrichten is op dezelfde manier gevormd uit richten (‘in een bepaalde richting sturen’); onderrichten is dus eigenlijk: ‘iemand helpen de juiste weg te vinden’.
Onderwijzen is al in 1283 in het Nederlands aangetroffen in de betekenis ‘iemand iets aantonen, onder het oog brengen’, ook ‘bewijzen’. De betekenis ‘leren, onderrichten’ komt sinds 1434 voor. Onderrichten is voor het eerst in 1477 vermeld als synoniem van onderwijzen. In het Duits hebben unterweisen en unterrichten dezelfde betekenis. Zowel in het Nederlands als in het Duits worden beide woorden veel gebruikt in bijbelvertalingen die vanaf de zestiende eeuw zijn verschenen, en de woorden zijn waarschijnlijk dankzij deze bijbelvertalingen verbreid.

Brasserie
Ook brasserie heeft een interessante geschiedenis. Tegenwoordig verwijst dat naar een eetgelegenheid. Als benaming voor een café waar men bier kan drinken – want dat was de oorspronkelijke aanduiding – is het in het Frans bekend sinds 1844; eerder betekende het ‘bierbrouwerij’. In Nederlandse kranten komt het vanaf 1870 voor als verwijzing naar een kroeg in Frankrijk of een ander buitenland. Maar in een krant van 5 juni 1938 wordt triomfantelijk gemeld:
Zooals Maastricht, Den Bosch en Utrecht hun raadskelders hebben; gelegenheden, waar men genoeglijk en, vooral in de twee zuidelijke steden, gemoedelijk zijn pot bier kan drinken, zoo heeft Amsterdam sinds gisteren een Brasserie (…). Ter voorkoming van misverstand zij medegedeeld, dat dit lokaal niet dezen naam gekregen heeft, opdat men er zou brassen.

Het gemelde misverstand was begrijpelijk, want het Nederlands kent sinds de zestiende eeuw het woord brasserij, dat ‘overmatig eten en drinken’ betekent. Zo wordt in de Statenvertaling van 1637 gewaarschuwd tegen “brasserye, ende dronckenschap”. De oudere vorm op -erij is een inheemse afleiding van brassen (‘slempen’). De verwarring van brasserij en brasserie lag voor de hand, zeker toen in brasserieën het bierdrinken nog centraal stond. En wellicht zijn de twee woorden ook met elkaar verwant: in het Frans is brasserie afgeleid van het werkwoord brasser (‘bier brouwen’), en volgens sommige etymologen gaat ook het Nederlandse brassen terug op dat Franse werkwoord. Andere etymologen menen dat brassen is afgeleid van een Middelnederlands woord bras (‘rommel’). Hoe het ook zij, de brasserie heeft zich in de Lage Landen en Frankrijk ontwikkeld tot een nette eetgelegenheid waar weinig wordt geslempt.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2017), ‘Onderwijs en brasserie’, in: Onze Taal 7/8, 25]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

onderwijs (hoger/lager --) (vert. van Frans l’instruction supérieure/inférieure); (middelbaar --) (vert. van Frans instruction moyenne)

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

[verkeerd gebruik van een voorzetsel o.i.v. het Frans]
onderricht, onderwijs. - Bij de werkwoorden onderrichten en onderwijzen staat een bepaling met in; hetzelfde voorzetsel wordt dus vereischt bij de verbaal-abstracten onderricht en onderwijs. Maar bij Zuidnederlandsche schrijvers vindt men zeer vaak een bepaling met van; dit is navolging van het Fransche spraakgebruik: enseignement de l’histoire, des mathématiques enz. Daarenboven wordt de reeds foutieve constructie niet zelden vervangen door een genitief, alsof de bepaling met van een omschrijving van dien naamval was; daarvan komen hieronder nog enkele voorbeelden voor, die kunnen dienen ter aanvulling van II, A, 5 (zie boven blz. 428 vlg.). || Professor Rassmann, een Duitscher, was gelast met het onderwijs der logica, G. BERGMANN, Gedenkschr. 98. Zelfs de pessimisten (twijfelden) niet of er zou alras eene grondige verbetering in het onderwijs der Nederlandsche taal ontstaan, VUYLSTEKE, Prozaschr. 1, 50 (zie ook 1, 56 bis). Het onderwijs der Geschiedenis, V. CUYCK in De Toekomst 30, 485 (opschrift). Het ware onnoodig ... het nut te bespreken der historische kennissen en van het onderwijs daarvan in de scholen, Ald. Van Duyse (werd) te Gent benoemd als leeraar in de 6de latina, tevens gelast met het onderwijs van ’t Nederlandsch in de Rhetorica, L. WILLEMS in Ned. Mus. 37, 137.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

onderwijs ‘onderricht’ -> Duits dialect † Underwies ‘onderricht’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal