Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

omzichtig - (behoedzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

omzichtig bn. ‘behoedzaam’
Vnnl. eerst als afleiding in de ommesichticheit godes ‘de alziendheid van God’ [ca. 1510; MNW ommesichticheit], dan omsichtich ‘behoedzaam, weloverwogen’ [1573; Thes.], naast het zn. omsicht ‘behoedzaamheid’ [1599; Kil.].
Gevormd uit → om, → zicht (zn. bij → zien) en → -ig. Leenvertaling van Latijn circumspectus, circumspiciēns ‘bedachtzaam, weloverwogen’, verl.deelw. resp. teg.deelw. van circumspicere ‘overwegen, overdenken’, letterlijk ‘in het rond kijken’, gevormd uit circum ‘om, rondom’, zie → circa, en specere ‘zien, bekijken’, verwant met → spieden.
Mhd. umbesihtec (nhd. umsichtig).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

omzichtig* [behoedzaam] {1630, vgl. ommesichticheit [alziendheid] 1510} vertaling van latijn circumspectio, van circumspicere (verl. deelw. circumspectus) [rondkijken, voorzichtig zijn, op zijn hoede zijn], van circum [rondom, rond] + specere (in samenstellingen -spicere) [zien, kijken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

omzichtig bnw., in het later-mnl. vinden wij ommesichticheit ‘alziendheidʼ, en wel als vertaling van lat. circumspectio. Ook nhd. umsichtig, voor mhd. umbesihtec als vertaling van lat. circumspectus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

omzichtig bnw. Later-mnl. al in ommesichticheit v. “alziendheid”, als vert. van lat. circumspectio. Ook al mhd., mnd. Voor de formatie vgl. omslachtig.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

omzichtig bijv., vertaling van Lat. circumspectus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

omsigtig b.nw.
Versigtig, noukeurig.
Uit Ndl. omzichtig (1630), wat verband hou met ommesichticheit (1630) 'alsiendheid'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

omzichtig (vert. van Latijn circumspectus)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

omzichtig* behoedzaam 1630 [WNT bevreesd]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal