Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

omzet - (totale verkoop over tijdvak, opbrengst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

omzet zn. ‘totale verkoop over tijdvak, opbrengst’
Nnl. Op de markt was vandaag veel omzet [1873; WNT].
Afleiding van omzetten, zie → om en → zetten, in de specifieke betekenis ‘geld verdienen met koopwaar’, zoals in al zet Man geen f 100,000 's jaars om [1784; WNT], uit algemener ‘geld verkopen’ (d.w.z. om er meer voor terug te krijgen, bijv. door rente), zoals in geldt omzetten [1741; Corleva]; vergelijk ook afzetten, afzetgebied als commerciële term. In de vele andere betekenissen van het werkwoord is het bijbehorende zn. niet omzet maar omzetting.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

omset s.nw.
Geldwaarde van die totale verkoop van goedere of aandele oor 'n bepaalde tydperk.
Uit Ndl. omzet. Wsk. ná 1925 ontleen ter vermyding van Eng. turnover.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

omzet ‘koop en verkoop op markt of beurs’ -> Indonesisch omsét ‘koop en verkoop op markt of beurs’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal