Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

omtrent - (betreffende)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

omtrent vz. ‘betreffende’
Mnl. omtrent (bw.) ‘rondom, overal, geheel en al’, (vz.) ‘rondom, omstreeks’, in ombtrent de port bi ere haluer milen gehehinde ‘binnen een halve mijl gaans van de stadspoort’ [1236; VMNW], ombetrent sesse ende viftech scellinghe ‘ongeveer 56 schelling’ [1236; VMNW], en closter ... wel bekant Omtrent ‘een klooster, overal welbekend’ [1265-70; VMNW], Omtrent middernacht ‘omstreeks middernacht’ [1285; VMNW], die mur [was] Met ceder plancken ghedect omtrent ‘de muur was geheel met cederhouten planken bedekt’ [1285; VMNW], omtrent achte daghe na sente jhans dach midden somere ‘ongeveer acht dagen na Sint-Jansdag, midden in de zomer’ [1287; VMNW], ‘aangaande, betreffende’ in Gods gewoude Omtrent die maecht ‘Gods wil aangaande de maagd’ [1393-1402; MNW-R]; nnl. Wy zyn niet heel mededeelzaam omtrent elkanders byzondre belangen [1784; iWNT].
Mnd. um(me)trent, -trant ‘rondom, ongeveer’ (vanwaar door ontlening nde. omtrent ‘ongeveer’); ofri. umtrent ‘rondom’ (ontleend aan het Nederlands). Samenstelling van → om en een woord dat als simplex alleen voorkomt als mnd. trent ‘omtrek, grenslijn’ (FvW). Verder nauw gerelateerd aan: mnd. trent, trint, trunt ‘rond’; ofri. trind, trund ‘id.’; oe. trendan ‘draaien’ (ne. trend ‘neigen’, zie ook → trend); en zie → trant, oorspr. ‘het gaan’, misschien < ‘draaien’. De precieze samenhang is onduidelijk, evenals de verdere herkomst van de wortel pgm. *trend-, *trand-, *trund-. Misschien verwant met → drentelen (FvW) of met → tornen (NEW), maar geen van deze mogelijkheden is semantisch aantrekkelijk.
De oorspronkelijke en in het Middelnederlands nog zeer gewone betekenis is ‘rondom’. In bijwoordelijke functie ontstonden hieruit de betekenissen ‘aan alle kanten’ en overdrachtelijk ‘geheel en al’, maar deze zijn verouderd. Als voorzetsel werd het woord gebruikt in ruimtebepalingen, en vandaaruit overdrachtelijk als ‘ongeveer, omstreeks, om en nabij’ in bepalingen van tijdstip, tijdsduur en andere hoeveelheden. In deze betekenissen behoort omtrent tegenwoordig tot de formele taal, behalve in de nog zeer frequente combinatie daaromtrent. Daarbuiten is omtrent grotendeels vervangen door omstreeks of → ongeveer. De betekenis ‘betreffende, aangaande’ is pas in de Nieuwnederlandse periode sterk tot ontwikkeling gekomen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

omtrent* [nabij, ongeveer] {ommetrent, ommetrant [rondom, omstreeks, ongeveer] 1268} van om + middelnederlands trant [gang, schrede], tranten, trenten, trinten [stappen, oorspr. zich draaien] (vgl. trant, trend).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

omtrent bijw. voorz. mnl. ommetrent, omtrent, ommetrint, omtrint, ommetrant, omtrant ‘in de rondte, aan alle kanten, geheel en al, ongeveerʼ, als voorz. ‘rondom, omstreeks, bij, met, aangaandeʼ, mnd. um(me)trent, -trint, -trant, ook umme (den) trent ‘rondom, ongeveerʼ, ofri. trind umbe, trund um ‘rondomʼ, me. umbtrint. — Een samenstelling met mnd. trent ‘omtrek, grenslijnʼ en bnw. trent, trint, trunt ‘rondʼ (nde. trind, nzw. dial. trind ‘rondʼ). Daarnaast oe. trendel ‘kring, ringʼ (ne. trendle), mnd. trendel ‘schijfʼ, mhd. trendel, trindel ‘kogel, tolʼ en abl. mnd. trund ‘rondʼ, oe. tryndel ‘ringʼ (ne. trundle), vgl. ook nnd. tründelen, oe. ātrendlian ‘rollenʼ. — Wegens ohd. trennilōn ‘rollenʼ moeilijk te scheiden van nhd. trennen, waarvoor zie: tornen.

Om de bet. overgang aannemelijk te maken gaat IEW 207 uit van een begrip ‘schijfʼ als ‘afgespleten stuk van een stamʼ. Indien men de idg. wt. *der ‘splijten, villenʼ beschouwt als een woordelement van het overoude bedrijf in het bos, kan de bet. ‘rondʼ ook rechtstreeks uit de waarneming van de ronde boomstam ontstaan zijn. — FW 469 geeft de voorkeur aan een verbinding met drentelen, maar daaruit laat zich moeilijk het specifieke begrip van ‘rondʼ afleiden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

omtrent bijw. voorz., mnl. om(me)trent, om(me)trint, om(me)trant bijw. “in de rondte, aan alle kanten, geheel en al, ongeveer”, voorz. “rondom, omstreeks, bij, met, aangaande”. = mnd. um(me)-trent, -trint, -trant (ook umme (den) trent) “rondom, ongeveer”. Vgl. ook ofri. trind umbe, trund um “rondom”. Omtrent is een samenst. van om en ’t woord, dat mnd. nog als trent m. “omtrek, grenslijn” voorkomt. Het Mnd. bezit ook nog de bnww. trent, trint, trunt “rond”. Uit het Ags. vgl. trinda m. (trinde v.?) “ronde massa”. Zie nog bij trant en drentelen. De etymologie van germ. trenð, tranð-, trunð- is onzeker. De combinatie met tornen is niet aannemelijk.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

omtrent bijw., Mnl. ommetrent + Ndd. umtrint, Ofri. trint umbe, Nfri. omtrint, De. trind om en omtrent, Zw. omtrent = rondom: saamgest. met het nw. *trend = omtrek + Zw. en De. trind, Ofri. trund, Eng. to trend (= afdraaien): z. trant en drentelen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

omtrent bw., voors.
1. Ongeveer, byna. 2. Aangaande.
Uit Ndl. omtrent (al Mnl.). Die tweede lid van die oorspr. samestelling het verlore gegaan. Die bet. van die bw. trend was 'rond', en die oorspr. bet. van omtrent was 'rondom'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

omtrent: bw. en voors., “ongeveer; baie; betreffende”; Ndl. omtrent (Mnl. om(me)trent/-trint/-trant, “aan alle kante, in die rondte; geheel; ongeveer” as bw. en “aangaande, omstreeks, rondom” as voors.) hou verb. m. Eng. trendle, “ring”, en trundle, “wiel”, maar verb. m. Hd. trennen, “skei”, onwsk., hoewel nie onmntl. nie – ouer bet. blb. ong. “rond/rondte”; by Trig (lRo T DLT 252) omtrind in bet. “ongeveer” en “i. d. nabyheid van”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Omtrent, samenstelling van om, in de bet. van een plaats of beweging in een kring, en een in onze taal verloren gegaan trent, dat rond bet.; het woord zou dus eig. trentom (rond om) moeten luiden, doch in figuurlijke bet. wordt vaak de omgekeerde samenstelling gebruikt, bijv. nabij werd bijna, evenals middendoor en doormidden. Omtrent Paschen bet. dus rondom Paschen, d. i. op Paschen of de naaste omgeving. Dit trent is verwant met ons drentelen (eig. trendelen) = voortdurend draaien, vgl. ’t Eng. trendle = wiel, rol; ’t Angelsaks. trendel = kring, cirkel, en het Oostfriesch trend = rond.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

omtrent ‘voorzetsel: in de buurt van’ -> Fries omtrint ‘voorzetsel: in de buurt van’; Russisch antrétno, antretnyj ‘voorzetsel: in de buurt (van)’.

omtrent ‘(bijwoord) ongeveer’ -> Fries omtrint ‘(bijwoord) bijna’; Deens omtrent ‘(bijwoord) ongeveer’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors omtrent ‘(bijwoord) ongeveer’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands omtrent ‘(bijwoord) ongeveer’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

omtrent. Het woord omtrent komt voor in het Nederlands en het (Middel)nederduits (umtrent, umtrint) als bijwoord en voorzetsel met de betekenissen 'rondom, overal, geheel en al, nabij, omstreeks'. Het woord is al aangetroffen in de dertiende eeuw en is ontstaan uit de oudere Middelnederlandse vorm ommetrent en de Middelnederduitse vorm um den trent of trint. Daaruit blijkt dat het woord oorspronkelijk een samenstelling was van het voorzetsel om 'rondom' en een Germaans woord dat in het Middelnederlands al was verdwenen, maar nog wel bestond in het Middelnederduits als trint, met de betekenis 'rond' en 'rondte, omtrek, grenslijn'. De Middelnederlandse vorm ommetrent was dus oorspronkelijk op dezelfde wijze gevormd als rondom.

Het Nederlandse of Middelnederduitse woord is door het Deens en Noors overgenomen als omtrent, maar wordt in deze talen alleen gebruikt als bijwoord, niet als voorzetsel. In het Noors kan men bijvoorbeeld zeggen her omtrent var det jeg mistet klokken min 'hier ergens verloor ik mijn horloge', of det skjedde for omtrent en uke siden 'het is ongeveer een week geleden gebeurd'. Het Deense de er omtrent lige gamle betekent 'ze zijn ongeveer even oud'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

omtrent* voorzetsel 1265-1270 [CG Lut.K]

omtrent* bijwoord van hoedanigheid 1285 [CG Rijmb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal