Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

okshoofd - (vloeistofmaat)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

okshoofd [vochtmaat] {ocxhooft 1475} < engels hogshead [vat, inhoudsmaat, lett.: zwijnskop], met onduidelijke overgang van betekenis.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

okshoofd znw. o. sedert Kiliaen < ne. hogshead eig. ‘zwijnekop’ (als naam voor een vat reeds in 1390). Uit het nnl. naar mnd. hukeshovet, huxhovet, nhd. oxhoft, nde. oksehoved, nzw. oxhuvud.

Dergelijke namen voor maten komen meer voor, vgl. Munsterlands bullenkop als biermaat.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

okshoofd znw. o., sedert Kil. Wsch. uit eng. hogs-head, letterlijk “zwijnshoofd”, als naam van een vat reeds in 1390. Voor de bet. vgl. Munsterlandsch bullenkop als biermaat. Uit het Ndl., nhd. oxhoft o. (via het Ndd.), de. oksehoved, zw. oxhufvud “okshoofd”. Er is geen reden om den mnd. vorm hûkeshôvet, hûxhôvet voor ouder te houden dan den eng.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

okshoofd o., door aphaerese der h, uit hokshoofd + Eng. hogshead: een samenstelling met hoofd = kop, stuk, wijnvat (dezelfde bet. had Mlat. caput en Fr. chef), — en hog = groot wijnvat, dat ontleend is aan Fr. *hogue, van waar hoguette = klein wijnvaatje. Plantijn vertaalt oxhoofd door tonneau de France. Er waren te Middelburg vijf huizen die het okshoofd heetten: bordeaux o., cognac o., court o., petauw o., en toursaens okshoofd, allemaal dus in betrekking met Frankrijk. Ging uit Ndl. in ʼt Ndd., Hgd., De. en Zw. over.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

okshoofd (Engels hogshead)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

okshoofd {uit: ‘hogshead’, zwijnskop, maar ook: hollebolle-gijs} 1. oude inhoudsmaat voor wijn en dergelijke, groot 232,83 liter; 2. vat met ongeveer die inhoud.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Okshoofd, staat voor hokshoofd. Het tweede lid (Lat. caput, Fr. chef) werd vroeger voor vele zaken gebruikt, die per stuk geteld werden, bij afzonderlijke eenheden, eerst van dieren, die men bij koppen (caput) telde, vervolgens ook geldsommen („kapitaal”); zoo was een caput ook een landmaat, verder een caput vini: een vat wijn. Bij de Franschen was oudtijds een wijnvaatje in gebruik, dat hoguette heette (een verkleinwoord), er moest dus ook een grootere maat hogue (spr. hok) bestaan hebben. Een vat nu, dat zulk een hogue inhield, heette een chef de hogue; Engelsch: hogshead, Vlaamsch (Gent was de stad van den wijnhandel) hogshoofd, ogshoofd, okshoofd. – ’t Woord ging in het Hgd. over als Oxhoft.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

okshoofd ‘vloeistofmaat’ -> Deens oksehoved ‘vloeistofmaat’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors oksehovud, oksehode ‘vloeistofmaat’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect oksô ‘(jenever)fust (200 à 250 l.)’; Negerhollands oxhoft ‘vloeistofmaat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

okshoofd vloeistofmaat 1475 [HWS] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal