Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

obligatie - (verplichting; schuldbekentenis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

obligatie zn. ‘verplichting; schuldbekentenis’
Mnl. obligacie ‘schuldbekentenis’ [1370-1378; MNHWS], ‘verplichting, verbintenis’ [1467-90; MNHWS]; vnnl. eene obligatie ‘schuldbrief’ [1570; Stall.].
Ontleend aan Oudfrans obligation ‘verpanding van een bezit’ [1235; Rey], ‘juridische verbintenis’ [1283; TLF], ‘schuldbekentenis’ [1370-72; TLF], ontleend aan Latijn obligātiō (genitief -iōnis) ‘juridische verbintenis, borgstelling, verplichting’, een afleiding van obligāre ‘verplichten, verbinden’, gevormd uit ob, zie → object, en ligāre ‘verbinden’, zie → liëren.
Het woord hoeft niet noodzakelijk via het Frans te zijn ontleend, maar kan ook rechtstreeks uit de juridische terminologie van het middeleeuws Latijn zijn overgenomen. Al in de 13e eeuw zijn er in Latijnse documenten uit het Nederlandstalige gebied attestaties bekend van obligatio ‘rechtsbetrekking tussen twee partijen’ [1216-22; Fuchs], ‘verpanding’ [1253; Fuchs], ‘schuldbrief’ [1285; Fuchs].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

obligatie [verplichting] {1370-1378} < frans obligation < latijn obligationem, 4e nv. van obligatio [(wettelijke, financiële) verplichting, verbintenis], van obligare, verl. deelw. obligatum (vgl. obligaat).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

obligasie s.nw.
Skuldbrief.
Uit Ndl. obligatie (al Mnl.) of mntl. Eng. obligation (1382).
D. Obligation, Fr. obligation.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

obligatie (Frans obligation)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

obligatie ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’ -> Duits † Obligacie ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’; Russisch obligácija ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’; Oekraïens obligácija ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’ <via Russisch>; Wit-Russisch abligácyja ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’ <via Russisch>; Indonesisch obligasi ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’; Negerhollands obligasje ‘schuldbrief, schuldbekentenis, waarborg’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

obligatie schuldbrief 1370-1378 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal