Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nylon - (synthetische vezelstof; kous van deze stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

nylon zn. ‘synthetische vezelstof; kous van deze stof’
Nnl. nylon ‘kunstvezelstof’ in dat nylon een heel nieuw ... product was, kunstzijde uit kolen [1939; Vaderland], nylon ‘kous van kunstzijde’ in nylons te ruilen voor wol [1948; WNT Aanv. nylon II], als bn. ‘van nylon gemaakt’ in nylon touw [1947; WNT Aanv. nylon III], het nylon blousje [1957; WNT Aanv. nylon III].
Een in 1938 door de firma Dupont (VS) geïntroduceerde soortnaam voor deze door Dupont ontwikkelde stof, die in eerste instantie uitsluitend als nylonkous op de markt werd gebracht. Destijds werd alleen verklaard dat het woord was gemodelleerd naar analogie van de al bestaande vezelstoffen cotton ‘katoen’ en rayon ‘kunstzijde’, en dat het eerste deel van het woord geen enkele betekenis had. In een geschiedschrijving over Dupont (Hounshell & Smith, 1988) worden meer details geopenbaard: uitgangspunt zou no-run zijn geweest, letterlijk ‘laddervrij’, een eigenschap die de nylonkousen echter niet bezaten. Daarom ging een van de directeuren, Ernest Gladding, op de naam variëren, waarbij hij via nuron, nulon en nilon op nylon kwam .
Lit.: D.A. Hounshell & J.K. Smith Jr. (1988), Science and corporate strategy: Du Pont R&D, 1902-1980, Cambridge

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nylon [kunststof] {1926-1950} < engels nylon, een merknaam, verzonnen door de firma Du Pont. Het woord heeft geen enkele betekenis, wat veel mensen niet willen aannemen; vele verklaringen zijn dan ook gegeven, zoals vorming uit N(ew) Y(ork) + Lon(don); het achtervoegsel vinden wij ook in engelse stofnamen als rayon, cotton. In de oorlog, toen door de Japanse activiteiten geen zijde meer werd aangevoerd en kunstzijde zoals nylon werd gebruikt, grapte men dat nylon een letterwoord uit now you lousy old Nippon.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

nylon znw. o., naam van een in 1938 door de firma Du Pont de Nemours vervaardigde kunstvezel; het woord werd willekeurig gevormd met het doel een in verschillende talen gemakkelijk uitspreekbare en in het oor liggende term te scheppen. Opmerkelijk is, dat de uitgang -lon produktief werd voor andere kunstmatige vezelsoorten, vgl. Enkalon, Dralon.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nylon s.nw.
Kunsstof met sterk vesel.
Uit Eng. nylon (1940).
Eng. nylon is 'n geskepte woord, met die -on wat ook in ander Eng. materiaalname, soos cotton, orlon en rayon, aangetref word.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

nylon: tekstielstof; intern. wd. i. d. handel, eerste spinnery v. nylongaring i. 1938/9 d. Du Pont de Nemours geopen, ben. na anal. v. tekstielstowwe se name op -on soos dacron, orlon, rayon, ens.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nylon (Engels nylon)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

nylon [*naajlun] soortnaam voor een sterke en lichte synthetische vezelstof (polyhexamethyleen-adipamide) waar kleding, garen, lakens, tenten enz. van gemaakt worden. Ontdekt in 1936, en na twee jaar interne discussie bij uitvinder en patenthouder Du Pont nylon genoemd: een afleiding van ‘norun’ (‘geen ladders’) dat omgekeerd werd tot ‘nuron’. Omdat dat deed denken aan een kalmeringsmiddel (verg. ‘neuro-’, zenuw-) verving men de ‘r’ door een ‘l’: ‘nulon’. Dat leek weer te veel op een al bestaand handelsmerk en zo werd uiteindelijk nylon bedacht.

nylons [*naajlunz] nylon kousen voor vrouwen die ter hoogte van de dij opgehouden worden door bijv. een jarretel. Vervingen na de tweede wereldoorlog vrijwel geheel de veel duurdere en kwetsbaardere (kunst)zijden kousen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nylon ‘kunststof’ -> Indonesisch nilon ‘kunststof’; Muna nilo ‘kunststof’; Sahu nilon ‘kunststof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nylon kunststof 1946 [Aanv WNT] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Nylon (1958) Am. merknaam voor geheel synthetische stof uit polyamiden gemaakt, met grote slijtweerstand en weerstand tegen alkaliën. Slecht bestand tegen zonlicht. Toepassing als garen en versponnen vezel in de textielindustrie en in de vorm van massief nylon in de techniek. Equivalente produkten: Enkalon (Ned.), Perion (Duitsl.), Mirlon (Zwits.), Rilsan (Fr.). Niet te verwarren met orlon*.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal