Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Noordwijk - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Noordwijk1 (Westerkwartier, Gr)
Uitspraak: noordwiek. 1385 Noertwijk, Noortwijk1, 1476 nortwijck2, 1579 Noortwijck3, ca. 1660 Noortwick4, 1677-1678 Noortwyck5, 1781 Noordwyk6, 1794 Noordwyk7; noord 'noordelijk gelegen', gezien vanuit Marum, en wijk1 'hoeve, nederzetting, dorp'.
Lit. 1OBGD 746, 2De Vries 1946 168, 3krt Sibrandus Leo, 4krt de Wit, 5krt Coenders, 6krt Beckeringh, 7Tegenwoordige Staat 24 377.

Noordwijk2 (Noordwijk, ZH)
Uitspraak: noortik, noortich. 889 kopie ca. 1520 Nordcha1, 918-948 kopie 11e eeuw Norhtgo1, 1e helft 11e eeuw Northgo, Norhtgo1, 1e helft 11e eeuw Nothungon1, ca. 1060 kopie 1461 Northico1, 1198 Nordeke1, 1220 Nordeka2, 1222 Norghe2, 1351-1356 Noertijc3, 1607 Nortwyck4; Samenstelling van noord 'noordelijk gelegen', naar de ligging aan de noordgrens van het Frankische rijk, en ofri. ga, onl. go, gouw 'woongebied', dat hier slaat op een Karolingisch koningsgoed dat het huidige Noordwijk en Noordwijkerhout omvatte. In de 13e eeuw ontwikkelde de naam zich tot *Nortik, dat vervolgens werd gereïnterpreteerd als de afgesleten vorm van Noordwijk (vergelijk → Lopik). Heet ook wel → Noordwijk-Binnen.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 261, 2Gysseling 1960 746, 3Blok 1910 318, 4krt Hondius.

Noordwijk3 (De Wolden, D)
Uitspraak: norewiek. 1851-1855 Noordwijk1, 1867 Noordwijk2; Ontleent zijn naam aan de ligging ten noorden van →De_Wijk. Vergelijk ook → Oosterwijk4.
Lit. 1GHAN 2 105, 2Kuyper De Wijk.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal