Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nolens volens - (tegen wil en dank)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nolens volens [tegen wil en dank] {1838} < modern latijn nolens volens [lett.: niet willend, wel willend], gevormd door de teg. deelwoorden van nolle [niet willen] en velle [willen], een uitdrukking die wel naar de gedachte, niet naar de vorm in klass. lat. voorkomt.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nolens volens (modern Latijn nolens volens)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nolens volens tegen wil en dank 1838 [WNT uitzonderen] <modern Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1639. Nolens volens,

eig. niet willende, wel willende; vandaar goed- of kwaadschiks, met of tegen iemands zin. De uitdr. komt in de 18de eeuw voor bij Spaan, 142: Ik stoof vliegens overend, rukte het mes uit, en zat 'er Abram zoo gezwind me agter de vodden, dat hy nolens volens van 't Theather sprong. In het hd. is de uitdr. opgeteekend in 1667 (Zeitschr. f. D. Wortf. XV, 197). Zie verder S.M. 104: Kerel, wat beef je toch, dàt moest ik eindelijk nolens volens zeggen. In klassiek Latijn komt deze verbinding niet voor: men zeide dan velim, nolim, etc., doch in latere geschriften wordt meermalen nolens volens aangetroffen. Zie Journal, 384, waar ook vermeld wordt het gri. εκων αεκων naast καν θελης καν μη θελης.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal