Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nobody - (iemand die niets voorstelt)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

nobody: (Eng.) iemand die niets voorstelt; een nul of niemendal.

In 1977 verloor hij in San Juan tegen een ‘nobody’ als Jimmy Young in wat toen als zijn laatste gevecht werd aangemerkt. (NRC Handelsblad, 25/09/1990)
Een nobody, een loser, een klootzak, noemde hij zichzelf. (HP/De Tijd, 03/01/2003)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

nobody [noobudie] 1. niemand; 2. een nul, iemand die je net zo goed kunt negeren.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

nobody zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = niemendal, niemand, stelt niets voor §, nul. Hoe hebben ze zo'n niemendal tot burgemeester kunnen kiezen? Geen wonder dat die niet crisisbestendig bleek.

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

nobody, de [ʹno:bɔdi] onbetekenend persoon: “Het doet natuurlijk wat wonderlijk aan dat iemand, die zo bescheiden is over zichzelf te spreken als Nicole Nobody, er vervolgens toe overgaat over die nobody 370 pagina’s druk te publiceren.” (0510134). Loanword from English nobody n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal