Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nieuwmodisch - (naar de nieuwe mode)

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nieuwmodisch (Duits neumodisch)

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

nieuwmodisch. — Gevormd naar D. neumodisch, is nieuwmodisch een zeer verspreid germanisme, dat in al de nieuwe woordenboeken opgeteekend staat. Of het somtijds niet voordeelig door een ander woord zou kunnen vervangen worden, staat nog te bezien. Dewijl ik b.v. het werkwoord smeden op het vormen van nieuwe woorden mag toepassen, mag ik ook gerustweg schrijven: een nieuwgesmede woord (cfr. De Vreese, Gall., 5). In andere gevallen zouden nieuwerwetsch, gevormd naar analogie van ouderwetsch, nieuwbakken en zelfs het nog ongewoon neologisme nieuwsoortig (A. in De Standaard, III, 334, bl. 3, kol. 5), dat naar hetzelfde middeleeuwsche type is gemaakt, de gedachte van nieuwe mode kunnen uitdrukken. Kan men zich echter met deze bestaande woorden moeilijk uit den slag helpen, dat men er dan ook geen bezwaar in zie, tot het germanisme nieuwmodisch zijn toevlucht te nemen (1). Het zou immers Danaïdenwerk zijn, nieuwmodisch nog uit de taal te willen bannen. - Naast modisch (zie bl. 224) en nieuwmodisch zijn ook nog in gebruik: onmodisch, D. unmodisch, d.i. niet naar de mode (Fr. pas de mode, pas de mise), en oudmodisch, D. altmodisch, d.i. ouderwetsch, uit de mode of den tijd, uitgediend (Fr. passé de mode, suranné).

(1) De poging van Jan David (Tael- en Letterkundige Aenmerkingen, 37), om nieuwmodisch door het betere nieuwmodig te vervangen, is mislukt

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal