Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nestig - (vuil)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

nestig bnw., ‘luimig, kribbig; nuffig’, vgl. een nest (van een meisje), maar ook ‘vod, prul; afval’ zal wel hetzelfde woord zijn als nest (vgl. uitdrukkingen als een nest van een dorp).

Vroeg-16de eeuws nistich ‘slordig’ behoeft men hiervan niet te scheiden, bijzondere bet. uit ‘onbeduidend, waardeloos’, of met bijgedachte aan het vuile vogelnest? — Opmerkelijk is de overeenstemming met ne. nasty ‘afschuwelijk, onaardig’, maar dit staat ook geheel geïsoleerd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

nestig bnw. Nnl. nestig zal evenals een nest (van een meisje) wel niet van nest “nidus” te scheiden zijn, hoewel de bet.-geschiedenis niet vaststaat. Van vroeg-16.eeuwsch nistich (“slordig”?) is de verklaring onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

nestig bijv.(vuil), van nest in ongunstigen zin.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

nistig bn.: lastig, vervelend, venijnig (jongens). Mnl. nestich, nistisch ‘keurig’, Ndl. nestig ‘wrevelig, luimig, onbetekenend, nietig, nuffig’. Vgl. E. nasty ‘vuil’, Zw. dial.naskug, nasket ‘vuil’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal