Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

naar - (tot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

naar 1 vz. ‘in de richting van; volgens’; vgw. ‘zoals’
Mnl. naer ‘dichtbij’, eerst in de vergrotende trap narre ‘dichterbij’ [1240; Bern.], naerre in eer gi mi naerre comet ‘voordat u dichter bij me komt’ [1265-70; CG II], dan in verre ende naer ‘ver en dichtbij, overal’ [1265-70; CG II]; als voorzetsel naer ‘volgend op’ in saterdaghes naer onser wrouwe daghe ‘op de zaterdag na Maria-Tenhemelopneming’ [1265; CG I], ‘in de richting van’ in wat heidijn naerre den tempel quame ‘welke heidenen ook naar de tempel zouden komen’ [1285; CG II]; vnnl. ook als voegwoord ‘zoals’ in naer Esayas screue ‘zoals Jesaja schreef’ [1548; WNT].
Os. nāhor (mnd. nār); ohd. nāhōr (nhd. näher); ofri. nīar (nfri. neier); oe. nīar (ne. near); on. nær (nzw. när, nära); got. nehwis; alle ‘nabijer’, < pgm. *nēhwōz-/iz-, de comparatief van *nēhwa-, *nēhwō- ‘nabij’, zie → na.
Het woord is oorspr. de vergrotende trap van na ‘dichtbij’, maar werd al in het Middelnederlands niet meer als zodanig opgevat: beide woorden waren vrijwel synoniem en pas in het Nieuwnederlands ontstond het onderscheid tussen na en naar, waarvoor zie → na. Zie ook → nader, dat opnieuw uit een vergrotende trap van naer is ontstaan.
Nnl. naar wordt ook wel gebruikt als voegwoord, zoals in naar men zegt ‘zoals er gezegd wordt’; hierin is het een verkorting van naar dat.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

naar2* [tot] {nader 1201-1250} vergrotende trap van na.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

naar 2 voorz. voegw. mnl. naer, os. nāhor, ohd. nāhōr, ofri. niār, oe. nēar (ne. near) ‘naderbij’, vgl. ook on. nær, got. nēhwis. Comparatief vormen germ. *nēhwōza, *nēhwiza. — Een vorm als nader is ontstaan uit naarder < narer, vgl. mnl. naerre, mnd. nārre, oe. nēarra, on. nœrri. — Zie ook: na 2 en naast.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

naar I voorz. voegw., mnl. naer (nâre, nâren). Zie na II.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

naar 2 voorz. (tot), Mnl. naer, nare, Os. nâhor + Ohd. nâhôr, Ags. néar (Eng. id.), On. nǽr (Zw. när, De. nær): compar. van na 1, dus b.v. daarnaar = dichter daarbij.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

naar ‘in de richting van’ -> Indonesisch naar ‘in de richting van’; Petjoh naar ‘in de richting van’; Javindo naar ‘in de richting van’; Creools-Portugees (Ceylon) na ‘in de richting van’; Creools-Portugees (Malakka) na ‘in de richting van’; Negerhollands na ‘in de richting van’; Papiaments na ‘in de richting van’;? Sranantongo na ‘in de richting van’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † na ‘in de richting van’ <via Negerhollands>.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

naar. Verreweg de meeste woorden die ontleend zijn aan het Nederlands zijn zelfstandige naamwoorden; dat blijkt wel uit dit boek. Uit onderzoek naar leenwoorden in het Nederlands en in andere talen blijkt dat zelfstandige naamwoorden altijd de meest geleende woorden zijn (overigens is dit ook de woordsoort die in iedere taal het meest talrijk is). Na zelfstandige naamwoorden worden werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden het meest geleend (niet noodzakelijkerwijze in deze volgorde). Regelmatig worden tussenwerpsels overgenomen uit een andere taal; vergelijk ja, jeminee, wacharme(n). Pas hierna komen de functiewoorden, woorden dus die tot een gesloten klasse behoren - een klasse waarvan de leden telbaar zijn. Van de functiewoorden worden vooral telwoorden geleend (zie dozijn, drie, nul) en bijwoorden (zie omtrent, toch), in mindere mate voorzetsels (zie door, onder, zonder). Voegwoorden (zie ofschoon) en voornaamwoorden (zie mekaar) worden nauwelijks geleend, en lidwoorden in het geheel niet.

Daarom is het heel bijzonder dat het Nederlandse voorzetsel naar door andere talen is overgenomen. Het Nederlandse naar is geleend door het Sranantongo in de vorm na, met de betekenissen 'te, naar, bij'. Zo kan men zeggen mi de na oso 'ik ben thuis', go na oso 'naar huis gaan' en na Damsko 'te, naar Amsterdam'.

Het Papiaments kent het Nederlandse voorzetsel naar eveneens in de vorm na met de betekenissen 'in, op, te, naar, per'. Zo kan men bijvoorbeeld zeggen na kas 'thuis', nos ta bai na mi amigu 'we gaan naar mijn vriend', na ora/tempu 'op tijd' en na òrdu 'in orde'.

Het woord naar is ook door het Indonesisch geleend, maar in deze taal komt het slechts voor in vaste verbindingen die men liever niet in de eigen taal verwoordt. In het Indonesisch zegt men namelijk naar boven voor 'de bergen in gaan', met de stilzwijgende implicatie: voor ontspanning of seks. Ook kan men zeggen naar eiland, waarmee men de eilanden van Kepulauan Seribu bedoelt; opnieuw is de implicatie: voor ontspanning of seks. Zie ook zonder.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

naar* voorzetsel 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal