Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muizenis - (iets waarover men piekert)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

muizenis zn. ‘iets waarover men piekert’
Vnnl. muysenis ‘gepieker, probleem waar men het hoofd vol van heeft’ (vrijwel altijd in het mv.), in muysenisse in thooft [1588; Kil.], uw hoofd vol muisenisse [1657; WNT]; nnl. hij gooide zijn muizenissen opzij [1909; WNT zorgen].
Gevormd uit ouder muizennesten in de uitdrukking muizennesten in het hoofd hebben < vnnl. musenesten int hooft hebben [1561; WNT muizennest], leenvertaling van gelijkvormige uitdrukkingen in andere talen, bijv. Duits ein meusznest aus dem kopf treiben [1518; Grimm], Frans avoir des rats en tête, Engels to have a bee in one's brain. Door volksetymologische associatie met het werkwoord muizen, mnl. musen ‘piekeren, de aandacht op iets gericht houden’, zoals in al daer hi heft gemuset op ‘alles waarmee hij zijn tijd heeft verdaan’ [1265-70; VMNW], ontstond de huidige vorm, alsof muizenis een afleiding van dat werkwoord is met het achtervoegsel → -nis. Het werkwoord mnl. musen is ontleend aan Frans muser ‘peinzen, zich zorgen maken; lanterfanten’. Zie → amuseren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

muizenis [zwarigheid waarvan men het hoofd vol heeft] {muysenisse 1588} van middelnederlands musen [peinzen] < oudfrans muser [de tijd verknoeien] (vgl. amuseren).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

muizenissen

Zich muizenissen in het hoofd halen wil zeggen: piekeren, zich zorgen maken over zaken van weinig betekenis. De verklaring van deze zegswijze heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Oorspronkelijk dacht men aan het Middelnederlandse werkwoord musen dat: peinzen betekende. Maar men hoort ook zeggen: muizenesten in het hoofd hebben en deze zegswijze heeft equivalenten in de drie moderne talen. Het Duits kent: Mäusenester im Kopf haben; het Frans: avoir des papillons noirs (of: une araignée) en tête en het Engels: to have cobwebs in one’s brain. Men moet al deze uitdrukkingen verklaren als uitvloeisels van het volksgeloof dat heksen en demonen zich in de gedaante van kleine dieren in de hersenen nestelden en daar geestesziekten veroorzaakten. In het woord muizenissen heeft men dus wel degelijk met echte muizen te maken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

muizenis znw. v., sedert Kiliaen is een afl. van mnl. mūsen ‘peinzen, soezen’ < ofra. muser ‘de tijd verknoeien’, dat afgeleid zal zijn van gallo-rom. mūsus ‘bek’.

Het woord muizennest sedert ±1550 bekend, zal wel een vervorming van muizēnis zijn, toen men hierin verband met muis ontdekte. Ook het nhd. heeft de uitdrukking ein meusznest aus dem köpf treiben (1518), hetgeen geen reden is, het woord muizennest voor ouder dan muizenis te houden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muizenis znw., sedert Kil.; muizennest znw.o. sedert ± 1550. Wsch. is muizennest ouder dan muizenis, vgl. hd. ein meusznest ausz dem kopf treiben (1518). Anderen houden muizenis voor ouder en leiden ’t af van mnl. mûsen “peinzen, soezen”, dat uit fr. muser “id.” (oorsprong onzeker) ontleend is: minder wsch.; zie nog gril.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

muizenis v., wellicht geleerde volksetymologie voor muizennest; zoo niet een afl. van muizen 3.

muizennesten v.meerv., in ’t Hgd. spreekt men zoo van wormen of krekels, in ’t Eng. van bijen, in ’t De. van vliegen, in ’t Zw. van mieren, in ’t Fr. van spinnekoppen in het hoofd te hebben.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

muzenist, mussenist zn.: warboel (ook in familierelaties). Ongetwijfeld hetzelfde woord als muizennest ‘probleem, muizenis’, ook Ovl. muizennesten. Algemeen beschouwd als volksetymologische reïnterpretatie van musenessen. Vnnl. muysenisse int hooft ‘imaginatio, phantasia’ (Kiliaan). Afl. van Mnl. musen ‘peinzen’ < Fr. muser ‘de tijd verknoeien’. De Tollenaere wijst er evenwel op dat muizenesten (1561) niet alleen ouder is, maar in de 16de en 17de eeuw ook vaker voorkomt. Vgl. D. 1518 ein meusnest ausz dem kopf treiben.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

muizennesten (W), zn.mv.: muizenissen. Volksetymologische reïnterpretatie van musenessen. Vnnl. muysenisse int hooft 'imaginatio, phantasia' (Kiliaan). Afl. van Mnl. musen 'peinzen' < Fr. muser 'de tijd verknoeien'. De Tollenaere wijst er evenwel op dat muizenesten (1561) niet alleen ouder is, maar in de 16e en 17e eeuw ook vaker voorkomt. Vgl. D. 1518 ein meusnest ausz dem kopf treiben.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

muisnes s.nw.
1. Nes van 'n muis. 2. Plek in 'n wanordelike toestand.
In bet. 1 uit Ndl. muizennest. Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel, so genoem omdat 'n plek wat wanordelik is aan 'n muisnes (muisnes 1) herinner.

muisneste s.nw.
Afgetrokkenheid of verstrooidheid weens liefdesake.
Deur volksetimologie ontstaan uit Ndl. muizenis (1588) 'probleem waaraan gedink word en die kop van vol is'. In Afr. verwys muisneste (oënskynlike mv.) na liefdesake, terwyl Ndl. muizenis na 'n probleem in die alg. verwys.
Ndl. muizenis is 'n afleiding van Mnl. mūsen 'peins', met lg. uit Oudfrans muser 'die tyd verwyl'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

muisneste: net mv., “beuselagtige dinge, los gedagtes”; Ndl. muizenissen/muizennesten (by Kil muysenisse, afl. v. Mnl. mūsen, “peins”), Eng. muse, Fr. muser, “dink, peins”; Ndl. muizennesten en Afr. muisneste dus volkset.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Muizenesten in zijn hoofd hebben, door volksetymologie vervormd uit muizenissen, van een ww. dat wij ook in ’t eng. vinden to muse = peinzen, mijmeren, fra. muser = tenir Ie museau en l’air; bij Kiliaen nog muysenisse. Uit muizenesten is misschien wel gekomen de uitdrukking in de nesten zitten = in de tobberij, in de narigheid.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Muizenesten in zijn hoofd hebben; gewoonlijk wordt muizenesten voor een volksetymologie gehouden voor muizenissen, afl. van muizen, Mnl. musen = peinzen, soezen, van ’t Ofr. muser = peinzen (’t ontkennende is a-muser); de uitdrukking zou dus bet.: peinzerijen in zijn hoofd halen. – Dr. Stoett echter denkt aan werkelijke muizenesten (natuurlijk fig.).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

muizenis zwarigheid waarvan men het hoofd vol heeft 1588 [Claes]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1577. Muizenissen in het hoofd hebben,

d.w.z. peinzen, mijmeren, tobben; meestal over allerlei kleinigheden. Zie Kiliaen: Muysenisse int hooft, imaginatio phantasia. Het is eene afleiding van het mnl. wkw. musen (eng. to muse; ofr. muser), dat Kiliaen als muysen (cogitare) vermeldt. Vgl. Six van Chandelier, Poesy 486:

 Och! dorst ik schelden, hoe zou Baldus, hoe zou Bartel
 Aanhouden, die uw hoofd vol muissenisse broên?

Weiland: ‘Muizen, in stilte nadenken, peinzen. Van hier muizenis, gepeins, waarvoor men kwalijk zegt muizenest’; Harreb. II, 327; De Jager, Frequ. II, 395; Ndl. Wdb. IX, 1225 en zie no. 1576.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal