Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muil - (pantoffel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

muil 2 zn. ‘pantoffel’
Vnnl. muylen (mv.) ‘schoenen met dikke zolen, zoals gedragen door de elite’ [1567; Nomenclator, 195], muyl ‘pantoffel, sandaal’ [1588; Kil.], haer muylen ‘haar pantoffels’ [1656; WNT], muylen of klompjens sonder over-leer [1676; WNT].
Ontleend aan Frans mule ‘damespantoffel die de hiel onbedekt laat’ [1556; FEW], ontwikkeld uit of ontleend aan Latijn mulleus ‘rode schoen’, verkorting van mulleus calceus ‘rode schoen (zoals de senatoren die droegen)’. Het Franse woord moet al veel ouder zijn: volgens FEW is namelijk de Oudfranse betekenis mule ‘(rode) bult aan een hiel’ [1314; TLF] hieruit ontstaan; deze laatstgenoemde betekenis is overigens ook in het Middelnederlands gevonden: mulen salmen cureren myt wermer salven ‘kloven moet men behandelen met warme zalf’ [1460; MNW].
Van Latijn mulleus ‘rood’ is de herkomst onzeker. Het is geen algemene kleurnaam en het werd voornamelijk gebruikt in de bovengenoemde combinatie met calceus ‘schoen, halve laars’ (waarvoor zie → kous), en later dus als zelfstandig naamwoord voor zo'n ‘rode schoen’. Wellicht is het ontleend aan een onbekende taal, zoals ook veel andere Latijnse woorden op -eus. Verwantschap met Grieks mélās ‘zwart’, zie → melancholie, is zeer onwaarschijnlijk.
Lit.: F. de Tollenaere (1998), ‘Etymologica: de geborduurde pantoffels van het MNW’, in: TNTL 114, 172-175

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

muil3 [pantoffel] {mu(y)le 1350} < latijn (calceus) mulleus, calceus [schoen], mulleus [rood], dus eig. een rode schoen (zoals gedragen door de Albaanse koningen en door Caesar).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

muil 3 (pantoffel) znw. v. m. mnl. mûle v. < fra. mule (ofschoon men dit woord, dat eerst in de 14de eeuw optreedt, juist uit het mnl. wil afleiden!); deze woorden gaan terug op lat. mulleus ‘schoen van rood leer en met hoge zool’ (Gamillscheg 629).

Bense 235 acht het mogelijk dat ne. mule (sedert de 15de eeuw) uit mnl. ontleend is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muil I (pantoffel), mnl. mûle v. Ontl. uit fr. mule “pantoffel” (van onzekeren oorsprong). Ook in ’t Ndd. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

muil 2 v. (schoeisel), uit Fr. mule, van Lat. mulleum (-eus) = rood lederen schoen der patriciërs.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

muiltje (glazen --) (vert. van Frans mule de verre)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Muil (pantoffel) van ’t Fr. mule, Lat. mulleus = de roodleeren schoen der Patriciërs.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

muil ‘pantoffel’ -> Duits dialect Müül, Müülken ‘(leren) pantoffel’; Negerhollands milen, myel ‘pantoffel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

muil pantoffel 1588 [Kil.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal