Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moreel - (zedelijk, volgens de moraal); (zedelijke krachten, geestelijke veerkracht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

moreel bn. ‘zedelijk, volgens de moraal’; zn. ‘zedelijke krachten, geestelijke veerkracht’
Vnnl. eerst de vorm morael ‘zedelijk’ in spelen morael ‘toneelstukken met zedelijke les, moraliteiten’ [1525; WNT], morale en stigtelijke overdenkingen [1697; WNT]; nnl. dan moreel ‘ethisch, mentaal’ in moreel overtuigd van iemands misdaad [1763; Vad.lett., 15], ‘ethisch, geestelijk’ in moreele dingen ... physische dingen ‘geestelijke of ethische dingen, fysieke dingen’ [1767; Vad.lett., 14], ‘zedelijk, volgens de moraal’ in het moreel beginsel van den Staat [1838; WNT verbasteren], men is ... moreel verplicht om ... [1900; WNT wetenschappelijk].
Daarnaast zelfstandig gebruikt: nnl. moreel ‘zedenles’ in in de minste fabel van Esopus is een uitsteekend moreel opgeslooten [1717; WNT], ‘ethiek, zedenleer’ in moreel of theologie [1793; WNT], dan ‘geestelijke veerkracht’ in het moreel van den soldaat [1897; WNT], ‘zedelijke instelling, zedelijke krachten’ in weinig verheffend op zijn moreel werken [1915; WNT verheffen].
Ontleend aan Frans moral ‘zedelijk’, zie → moraal, dat ook eenmaal voorkomt in de Oudfranse vorm morele ‘betreffende de ethiek’ [1403; TLF]. De vervanging van het achtervoegsel -aal door -eel zal in het Nederlands hebben plaatsgevonden; naar analogie van bijvoeglijke naamwoorden waarin het Latijnse achtervoegsel -ālis, meestal via het Frans (waar naast -al ook de variant -el voorkomt) in het Nederlands -eel wordt; voorbeelden zijn confessioneel, emotioneel, individueel enz. en ook woordparen als instrumentaal ‘van muziekinstrumenten’ naast instrumenteel ‘dienend als werktuig’ komen voor, en zie → materiaal naast materieel.
Zelfstandig gebruikt betekende het woord aanvankelijk ‘zedenles, zedenleer’, waarmee het synoniem was met het zn.moraal. Deze betekenis is in de loop van de 19e eeuw verdwenen (WNT).
immoreel bn. ‘onzedelijk, slecht, strijdig met de heersende moraal’. Nnl. de immoreele voorschriften der politiek [1834; WNT wrak I], een door en door immoreelen levenswandel [1908; WNT]. Afleiding van moreel ‘zedelijk’ met het voorvoegsel → in- 2 ‘niet’, mogelijk naar analogie van Frans immoral ‘onzedelijk’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moreel [zedelijk] {1889, ouder 1697} het achtervoegsel werd gewijzigd, misschien om verwarring met het zn. moraal te voorkomen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

moreel bnw. znw. is met wijziging van suffix < fra. moral > lat. moralis ‘de zeden betreffend, ethisch’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

moreel bnw. Met suffixsubstitutie voor oudnnl. moraal (< fr. moral < lat. môrâlis). Het nnl. znw. moraal gaat op fr. morale terug. Naast dit moraal (sedert de 16.eeuw) ook oudnnl. moreel. Reeds mnl. (Lekenspieghel) moraliteit v. “zedeleer” en laat-mnl. (1481) ’t ww. moralisêren.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

moreel
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moreel ‘zedelijk’ -> Indonesisch moril ‘zedelijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moreel zedelijk 1889 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal