Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

monopoly - (gezelschapsspel)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

De naam van het spel

Nu de avonden weer langer worden, zullen de gezelschapsspelen steeds vaker op tafel komen. Drie klassieke spelen beginnen met de letter m: Memory, Monopoly en Mens-erger-je-niet

Memory
Bij Memory gaat het erom zo veel mogelijk gelijke paren te vinden van plaatjes die met de beeldzijde naar beneden op tafel zijn neergelegd. Sinds 1959 wordt het spel op de markt gebracht door de Duitse firma Ravensburger. De naam Memory (‘geheugen’) is toepasselijk, want het spel doet een beroep op het kortetermijngeheugen (waardoor kinderen er beter in zijn dan volwassenen).
Het idee is ouder. In de negentiende eeuw was het spel in Engeland en Amerika bekend onder de naam Pairs, gespeeld met een dubbele set speelkaarten. In 1940 ontwikkelde de Zwitserse kleuterleidster Berta von Schröder een versie voor kleine kinderen, die ze Zwillingsspiel (‘tweelingenspel’) noemde. Haar landgenoot Heinrich Hurter knutselde in 1950 zelf zo’n spel in elkaar van vierkante stukjes karton met plaatjes uit tijdschriften en reclamedrukwerk, en deed dit cadeau aan zijn zoon William, die in London was gestationeerd als militair attaché.
Londense vrienden en buurkinderen van de Hurters waren dolenthousiast, en zo kwam de Zwitserse diplomaat op het idee met het geheugenspel de markt op te gaan. Toen hem tijdens de onderhandelingen met de speelgoedfabrikant naar een passende naam werd gevraagd, antwoordde Hurter: “Tja, we hebben er eigenlijk geen naam voor; in Basel heet het spel ‘Zwillingsspiel’, maar de kinderen uit de buurt zeiden steeds, als ze kwamen spelen: ‘Let’s play your memory game.’” Onder de Engelse naam is het Zwitserse spel sinds 1959 in 80 landen meer dan 75 miljoen maal over de toonbank gegaan.

Monopoly
“Heel Amerika en Engeland speelt ’t! Spel van grootgrondbezit en speculatie! Iedereen Rockefeller voor één avond …”, aldus een advertentie uit 1936. Bij Monopoly is het doel een monopolie op te bouwen door het kopen en verhuren van straten, huizen en hotels. De economische term is een samenstelling van de Oudgriekse elementen monos (‘alleen’) en pōleō (‘ik verkoop’) – dus het betekent ‘met uitsluiting van anderen alleen mogen verkopen’.
Als bedenkster van het spel geldt de Amerikaanse stenotypiste Elizabeth Magie. Magie was een aanhangster van het georgisme, een economische stroming waarin gepredikt werd dat het exploiteren van onroerend goed rijkdom brengt voor enkelen, maar ten koste gaat van de massa van hardwerkende mensen. Met The Landlord’s Game (‘het spel van de huisbaas’), zoals Magie het in 1903 noemde, wilde ze de kwade gevolgen van het ongebreidelde kapitalisme aan de kaak stellen. De spelfabrikant Parker Brothers bracht in 1935 een door Charles Darrow ontwikkelde variant uit, nu onder de naam Monopoly.
De eerste Nederlandse versie van Monopoly kwam in 1940 op de markt. Eerder was in ons land de Britse versie al populair, gespeeld met de straten van Londen en geleverd met een tweetalige handleiding.
De naam wordt in ons land doorgaans op z’n Nederlands uitgesproken, met de klemtoon op de derde lettergreep: ‘monopólie’. Ook het in het Groene Boekje opgenomen werkwoord monopolyen demonstreert dat de Amerikaanse naam goed is ingeburgerd. Enkele Monopoly-termen zijn een eigen leven gaan leiden. In 1976 bundelde Jan Blokker een aantal columns onder de titel Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs AF en ontvang geen f 200,–. Raymond Spanjar noemt in zijn memoires een zeker geldpotje dat als reserve diende bij de oprichting van Hyves “onze verlaat de gevangenis zonder betalen-kaart”, en een coverband draagt de naam Dorpsstraat Ons Dorp.

Mens-erger-je-niet
In de winter van 1907/1908 ontwikkelde Josef Friedrich Schmidt in München voor zijn drie kinderen een bordspel waarbij het erom ging op weg naar het doel de pionnen van de medespelers te slaan. In Indië bestond van oudsher een soortgelijk spel genaamd Pachisi, waarvan in 1896 in Engeland een vereenvoudigde versie op de markt was gebracht onder de naam Ludo (Latijn voor ‘ik speel’). Schmidt gaf het spel de expressieve naam Mensch-ärgere-dich-nicht. Het werd pas echt bekend nadat de speelgoedfabrikant tijdens de Eerste Wereldoorlog drieduizend stuks cadeau had gedaan aan de troepen. In 1920 werden in Duitsland meer dan een miljoen exemplaren verkocht.
De Nederlandse naam van het spel is in de twintigste eeuw vertaald uit het Duits. De uitdrukking was echter al eerder in omloop. In het Algemeen Handelsblad van 6 september 1893 staat: “Maar ‘mensch, erger je niet.’ We zullen geen critiek oefenen over het stuk van dien naam, dat gisteren in het Grand Théâtre werd opgevoerd.” Bedoeld is het blijspel Mensch ärgere dich nicht van de Duitse alpinist Leon Treptow, dat in de jaren tachtig van de negentiende eeuw ook in Nederlandse theaters triomfen vierde. De titel van Treptows toneelstuk was in Duitsland en Nederland al een gevleugelde uitdrukking geworden voordat Schmidt het gelijknamige spel introduceerde.
In Frankrijk staat Mens-erger-je-niet bekend als T’en fais pas (‘trek het je niet aan’), in Zweden als Fia (een verkorting van het Latijnse fiat, ‘laat het maar gebeuren’). De leden van de Zweedse band Abba zijn al mens-erger-je-nietend te zien in de videoclip van hun hit ‘The Name of the Game’ (1977).
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2013), ‘De naam van het spel’, in: Onze Taal 10, 280.]

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

Monopoly [gezelschapsspel] (1941). Het bordspel Monopoly, dat in 1936 in Nederland is geïntroduceerd, krijgt in 1941 een eigen Nederlands bord, waarschijnlijk vertaald door de directeur van de firma Perry & Co., F.L. Verster. Vanaf dat moment zijn de Nederlandse straatnamen in gebruik, zoals het Neude en de Biltstraat (Utrecht), de Haagse Lange Poten, de Herestraat en de Grote Markt in Groningen, en de Amsterdamse Kalverstraat. Rond 1985 komt er ook een Vlaamse versie op de markt, met bijvoorbeeld de Brugse Steenstraat en Vlamingenstraat.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

monopoly gezelschapsspel 1977 [Larousse Enc.] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal