Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moment - (ogenblik)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

moment zn. ‘ogenblik’
Mnl. eenen corten momente ‘een korte tijd’ [1400-20; MNW-R], een moment of een oghenblic [1437; MNW-P].
Ontleend, deels via Frans moment ‘id.’ [1119; TLF], aan Latijn mōmentum ‘verloop, ogenblik, gewicht’, afgeleid van movēre ‘bewegen’, zie → motor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moment [ogenblik] {1485} < frans moment < latijn momentum, samengetrokken uit movimentum [wat de ‘doorslag’ geeft, gewicht, beslissend ogenblik], van movēre [in beweging brengen, bewegen].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

moment znw. o. Reeds laat-mnl. ontleend uit fr. moment (< lat. mômentum). De uitspraak -ment berust op invloed van ’t lat. woord of van oudere ndl. woorden op -ment.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

du moment (Frans du moment)
moment (Frans moment); (het -- van de waarheid) (vert. van Spaans el momento de la verdad of Engels the moment of truth)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Moment (Lat. moménium = moviméntum = beweegkracht, gewicht, betekenis, wat den doorslag geeft; movére = bewegen). Iets waar het op aankomt, een zaak van gewicht. In natuurkunde en mechanica komt het woord moment in veel betekenissen voor, maar steeds verstaat men onder het moment van een grootheid het product van het aantal eenheden van die grootheid en het aantal eenheden van een bepaalden afstand. Door Galileï (1564—1642) werd het woord moment gebruikt voor het product van gewicht en weg, en voor het product van kracht en hefboomsarm.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Moment (< Lat. movimentum; < movere = bewegen). Lett. beweegkracht. Vd. alles, wat doorslag geeft; dat, waarop het aankomt. Dit verklaart, waarom het woord in zovele uiteenlopende betekenissen voorkomt, b.v. moment van een vector t.o.v. een punt tegenover Eng. momentum = impuls.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moment ‘ogenblik’ -> Indonesisch momén ‘ogenblik; ter plekke een snelheidsbekeuring uitschrijven’; Sranantongo momenti ‘ogenblik’ (uit Nederlands of Engels). op een gegeven moment ‘op een bepaald ogenblik’ -> Spaans en un momento dado ‘op een bepaald ogenblik (bekend dankzij Johan Cruijff)’.

Dateringen of neologismen

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

voor het moment. Letterlijke vertaling van Engels for the moment = voorlopig, vooralsnog; Ik leef voor het moment in Zwitserland en ik hoef je niet te vertellen dat de Zwitserse frank nogal sterk staat. (1996); Dat was alles voor het moment. Ik hoop dat u ons weer een stapje verder kunt helpen. Alvast bedankt; Ik durf echt geen vaste aantallen te noemen, hou het voor het moment op een uurtje of 5-6 per dag; Zijn er nog ouders die hier ervaring mee hebben, want ik weet het voor het moment niet meer en ik wil alleen maar wat het beste is voor mijn zoon.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moment ogenblik 1485 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal