Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moedernaakt - (geheel naakt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moedernaakt* [geheel naakt] {moedernaect 1290} middelhoogduits muoternacket, d.w.z. naakt geboren als uit het moederlichaam; gevormd naar analogie van moederenemoederzielalleen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

moedernaakt bnw., mnl. moedernaeckt, mhd. muoternacket (ook muoterbar, muoterblōʒ), nhd. mutternackt, dus eig. ‘naakt als het uit het moederlijf geboren kind’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

moedernaakt bnw., mnl. moedernaect. = mhd. muoternacket (naast muoterbar, muoterblôʒ; nhd. mutternackt). Oorspr. bet.: “zoo naakt als een pasgeboren kind”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

poernaakt, pernot, bn.: naakt. Uit poedernaakt, contaminatie van moedernaakt en poedelnaakt, paddernaakt.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moedernaakt* geheel naakt 1290 [CG II1 En.Codex]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1527. Moedernaakt,

d.w.z. geheel naakt, geheel ontkleed; mnl. moedernaect; moederbaren naect. Volgens sommigen, o.a. Kiliaen, zoo naakt als toen men uit zijn moeders lichaam kwam, zoo naakt als bij de geboorte (vgl. eng. as naked as born; J.B. Houwaert: Alsoo naeckt als sy van moeder lyve gheboren wasJ.B. Houwaert, Declaratie van die triumphante Incompst van den... Prince van Oraingnien etc. in Antwerpen, Plantijn 1579, p. 39.); dial. priemeke nakend (V.d. Water, 120; Kil. primelnaeckt). Vgl. ook Servilius, 217: Alsoo naeckt als hij van moeder lichaem gecomen is, ter vertaling van: nudus tamquam ex matre. Γυμνος ως εκ μητρος. Zie Suringar, Erasmus CLIII; Huydecoper, Proeve I, 453-465; Ndl. Wdb. IX, 938 en Halma, 355: moedernaakt, bijv. nw. heel naakt. In Zuid-Nederland zegt men: puidemoedernaakt, puitjemoedernaakt, puitjenaakt, paddemoedernaakt, eigenlijk zoo naakt of moedernaakt als eene puit (pad), en dus hetzelfde als paddebloot; zie Schuermans, 513 b; De Bo, 901 a i.v. puitemoedernaakt; Ndl. Wdb. XII, 129; Loquela, 69, waar vermeld wordt bloed-moedernaakt; in Antw. moeiernaaks. Waarschijnlijker komt het mij voor, dat dit bnw. gevormd is naar analogie van moederene (zie no. 1528; vgl. nhd. mutternackt (mhd. mutterbar, mutterblôz) naast mutterstill, dat op dezelfde wijze moet worden verklaard.Zie Taal- en Letterbode V, 240; Zeitschrift für Deutsche Wortforschung V, 246.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal