Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mini- - (zeer klein)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

mini- voorv. ‘zeer klein’
Nnl. minigolf [1962; WNT Aanv.], minijurk, minirokje [beide 1966; WNT Aanv.], mini-bikini [1968; WNT Aanv.], minibar [1969; WNT Aanv.].
Ontleend aan het Engelse voorvoegsel mini-, dat in de jaren 1960 zeer populair was in namen van voorwerpen die kleiner waren dan gewoonlijk, i.h.b. kledingstukken. Het bestond in die functie al langer, getuige woorden als Engels minipiano [1934; OED3], minicamera [1936; OED]. Mini- is een verkorting van het bn. miniature ‘kleiner dan gewoonlijk’ [1714; OED] zoals in miniature camera [1921; OED], zie verder → miniatuur. De verkorte vorm werd gestimuleerd door de klankovereenkomst met minimum ‘het minste’, zie → minimum.
De oudste Nederlandse samenstellingen met mini- zijn in hun geheel ontleend aan het Engels, zoals minigolf ‘kleinschalige variant van golf’, of zijn leenvertalingen, zoals minijurk voor minidress en minirok voor miniskirt. Inmiddels is mini- een productief voorvoegsel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mini- [voorvoegsel ter aanduiding van een kleine uitvoering] {in bv. minirok 1966} < latijn minimus [idem].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mini- (Engels mini-)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mini(-) ‘klein, kort’ -> Indonesisch mini ‘klein’; Menadonees mini ‘klein (bijv. van voertuigen), kort (kleding)’.

Dateringen of neologismen

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

mini-, [ʹmini] Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: mini-abonnement, mini-cassette, mini-clan, mini-computer, mini-festival, mini-kunstfestival, mini-filmcamera, mini-foldertje, mini-pagina, mini-rok (Koenen 1974), mini-trip (Koenen 1974), mini-uitgever, mini-vakantieganger, mini-vlugje, mini-weegschaal, mini-zendertje. Loanword from English mini- pref.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal