Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mild - (zachtaardig, gul)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

mild bn. ‘zachtaardig, gul’
Mnl. milde ‘goedgeefs, zachtaardig, onbekrompen’ [1240; Bern.], nit vrek ... mar milde ‘niet gierig, maar gul’ [1270-90; VMNW], milt ‘gul’ [1390-1410; MNW-R]; vnnl. mild [1599; Kil.].
Os. mildi; ohd. milti (nhd. mild); ofri. milde (nfri. myld); oe. milde (ne. mild); on. mildr (nzw. mild); got. alleen in de afleiding mildiþa ‘vriendelijkheid’; alle ‘vriendelijk, zachtaardig e.d.’, < pgm. *mildi-.
Mogelijk verwant met: Grieks malthakós ‘week, teer, mild’; Sanskrit márdhati ‘toegeven, in de steek laten’; < pie. *meldh- ‘met rust laten’ (LIV 431).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mild* [zachtaardig] {milde, melde, milt, melt [liefderijk, milddadig] 1201-1250} oudsaksisch mildi, oudhoogduits milti, oudfries, oudengels milde, oudnoors mildr, gotisch mildeis; buiten het germ. grieks malthakos [zacht], oudiers meldach [aangenaam], oudindisch mardhati [hij verwaarloost].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mild bnw., mnl. milde ‘zacht, liefderijk, mild, rijkelijk’, os. mildi, ohd. milti (nhd. mild), ofri. oe. milde (ne. mild), on. mildr, got. mildeis ‘vriendelijk, welwillend, mild, genadig’. — gr. malthakós ‘week, teer, mild’, oi. márdhati ‘toegeven, in de steek laten’, daarnaast met d-formatie: lat. mollis (< *mḷdu̯is) ‘week’, oi. mṛdu- ‘week’, mṛdṇāti ‘stukwrijven’. De idg. wt. *meld(h) is een dentaal-afl. van *mel, waarvoor zie: malen (IEW 718).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mild bnw., mnl. milde “zacht, liefderijk, mild, rijkelijk”. = ohd. milti “vriendelijk, welwillend, mild, genadig” (nhd. mild), os. mildi, ofri. ags. milde (eng. mild), on. mildr, got. mildeis “id.”. Van de basis meldh-, waarvan ook gr. malthakós “zacht, teer, laf”, oi. márdhati, mṛdháti “hij verwaarloost, vergeet, laat in den steek” komen, misschien ook ier. meldach “aangenaam”, obg. mladŭ, opr. nom. mv. maldai “jong”; deze kunnen echter ook evenals ijsl. maltr “bedorven, rot”, ohd. malz “ wegterend, krachteloos”, wvla. en Kil. mouter “murw, meer dan rijp”, lat. mollis “week, zacht”, gr. amaldúnō “ik maak zwak, verwoest”, oi. mṛdú- “week, zacht” van meld- komen. Zoowel mel-d- als mel-dh- zijn verlengingen van de bij malen I en blaag besproken wortel mel- (mel-âx-). Zie nog milt en mout.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mild bijv., Mnl. milde, Os. mildi + Ohd. milti (Mhd. milte, Nhd. mild), Ags. milde (Eng. mild), Ofri. milde, On. mildr (Zw. en De. mild),Go. mildeis + Skr. mardhati = hij verwaarloost, Gr. malthakós = zacht: Idg. wrt. meldh; daarnevens Gr. amaldúnein = verzwakken, Lat. mollis = week, Oier. meldach = aangenaam, Osl. mladŭ = jong: Idg. wrt. meld; z. ook mout.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mild (Duits mild)

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

mild, mildheid. — Het woord mild, vroeger nagenoeg beperkt tot de beteekenis van vrijgevig, overvloedig, rijkelijk, heeft gaandeweg ook, naar D. milde, den zin verworven van zacht, vriendelijk, goedaardig, minzaam enz. B.v. een milde regen = een zachte, malsche regen; een milde glimlach = een zachte glimlach; milde liefde = teedere liefde; een milde blik = een zachte, vriendelijke blik; de milde toepassing der wetten = de inschikkelijke, niet strenge toepassing der wetten; mild oordeelen = toegevend oordeelen. - Sedertdien wordt het daarvan afgeleide mildheid (1), dat eertijds milddadigheid, vrijgevigheid, onbekrompenheid beteekende, ook geduld in den zin D. Milde, d.i. zachtheid, inschikkelijkheid, toegeeflijkheid, goedaardigheid, vriendelijkheid, al naar het verband. Een mooi voorbeeld van de ruimere beteekenis van de woorden mild en mildheid treffen wij aan in Stijn Streuvels’ Duimpjesbundel, 23: “de milde zon heerschte in top en gulden schijn danste over de velden schitterblindend, zoo blij, zoo zonne-zondaagsch, jubel-leutig!” en in De landsche Woning in Vlaanderen, 2 door denzelfden schrijver: “’t Is amper vooravond aan den tijd, maar nacht ineens - de dag is omgekanteld in den nacht, zonder dat de avond zijne mildheid strooide over ’t einde van den dag”.

(1) Ook soms mildte: zie b.v. P. Hilarion Thans, Omheinde Hoven, 150.

M. Siegenbeek (1847), Lijst van woorden en uitdrukkingen met het Nederlandsch taaleigen strijdende, Leiden

mild heeft, volgens ons taalgebruik, de beteekenis van ruim, overvloedig in het uitdeelen van gaven. Bij onze Hoogduitsche naburen beteekent het mede zacht, liefelijk, als een milde regen enz: Dat dit laatste gebruik, ofschoon ook bij anders keurige schrijvers niet geheel zeldzaam, geene navolging verdient, behoeft naauwelijks gezegd te worden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mild* zachtaardig 1240 [Bern.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

807. De winnende hand is mild,

d.w.z. wien het wel gaat, is gewoonlijk vrijgevig, kan wel wat missen. We lezen de zegswijze bij Roemer Visscher, Sinnepoppen, 1ste schock XXXI: de hant die wint is milt, en verder bij Winschooten, 364; Smetius, 94; Tuinman I, 167; Harrebomée II, 277; Ndl. Wdb. V, 1795; Amst. 58: Kastelein, 'k geef een rondje - de winnende hand is mild. In het Friesch: de winnende hân is myld; nd. gewinnende Hand ist mild.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal