Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meta- - (voorvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

meta- voorv.
Nnl. metaphysica ‘over-natuur-kunde’ [1654; Meijer], metaphore ‘overdracht, byspreck, lijckspreuk, leen-spreuck’ [1654; Meijer], metaphysische denkbeelden ‘diepzinnige ...’ [1734; WNT], metastabiel ‘enigszins stabiel’ in kristallen ... in een metastabielen toestand [1922; WNT Supp. aanlaten], metataal ‘soort taal die gebruikt wordt om een andere taal of ander taalgebruik te beschrijven’ [1976; Van Dale].
Internationaal voorvoegsel, gebaseerd op het Griekse voorzetsel metá ‘met, te midden van, tussen, achter, na’, dat verwant is met → met.
In het klassiek Grieks was meta- al een frequent voorvoegsel, bijv. in: metaphorá ‘overdrachtelijk gebruik van woorden’, vanwaar via Latijn metaphora Nederlands metafoor; Grieks metáthesis ‘omzetting, verandering’, vanwaar via Latijn metathesis ‘omzetting van klanken’ Nederlands metathese ‘id.’; en Grieks metástasis ‘verplaatsing, verhuizing’, vanwaar Neolatijn metastasis ‘verplaatsing van een ziektekiem’ en Nederlands metastase ‘id.’, waarin meta- een verandering (van plaats) uitdrukt. Andere woorden zijn pas in het klassiek Latijn, Laatlatijn of middeleeuws Latijn ontstaan, bijv. metamorphōsis ‘gedaanteverwisseling’, vanwaar Nederlands metamorfose ‘id.’; metaphysica ‘filosofische leer over de bovenzinnelijke gronden van de dingen en werkingen’ [6e eeuw; OED3], vanwaar Nederlands metafysica ‘id.’.
Pas vanaf de 17e eeuw worden op grotere schaal in het Neolatijn en de moderne talen wetenschappelijke neologismen met meta- gevormd, waarbij het voorvoegsel net als in het Grieks diverse betekenissen en betekenisnuances kan hebben. Buiten strikt wetenschappelijk taalgebruik is meta- vooral productief in namen van disciplines en wetenschappen; het betekent dan ‘voorbij, op een hoger niveau’, naar het voorbeeld van metafysica: metafilosofie, metapolitiek, metagrammatica, metacompiler, metataal. De oorsprong hiervan is een toevallige: een bepaald geschrift van Aristoteles over hogere zaken stond in de Aristoteles-uitgave na het geschrift phusiká (handelend over de natuur, de zintuiglijk vatbare wereld), d.w.z. metà tà phusiká, met metà + accusatief in de gewone betekenis ‘na’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meta- [voorvoegsel met de betekenis ‘achter, na, veranderd, hoger’] {in bv. metathesis 1669} < grieks meta, voor vocalen met-, voor geaspireerde woorden meth- [te midden van], verwant met nederlands met, oudsaksisch mid(i), oudhoogduits mit(i), oudfries mith, oudengels mid, oudnoors með, gotisch miþ.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

meta- (Grieks meta-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Meta- (Gr. μετά (metá) = praep. en adv.: daarbij, daaronder, te midden van, tussen). Eerste lid in samenstellingen; 1. met de genoemde betekenissen; 2. om een verandering of verschil aan te geven ten opzichte van het hoofdbegrip; b.v. metacentrum, metachemie, of meta-verbindingen, spec. ter onderscheiding van → ortho- en → para-verbindingen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal