Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

menstruatie - (ongesteldheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

menstruatie zn. ‘ongesteldheid’
Vnnl. menstruatio ‘maandstonding, maandstondtmaaking’ [1669; Meijer]; nnl. menstruatie ‘maandelijkse bloeding’ in eene sterk gewordene menstruatie ‘een hevig geworden bloeding’ [1811; WNT Aanv.], deze vloeijing ... noemt men ... de maandstonden, de regels, de menstruatie [1846; WNT Aanv.].
Ontleend aan wetenschappelijk Neolatijn menstruatio ‘cyclus van maandelijkse bloedingen’, een afleiding van Laatlatijn menstruare ‘de maandelijkse bloeding hebben’, zelf een afleiding van klassiek Latijn mēnstrua ‘maandstonden, dingen die maandelijks plaatsvinden’, het onzijdig meervoud van mēnstruus ‘maandelijks’, dat een afleiding is van mēnsis ‘maand, maandstonde’, zie → maan.
menstrueren ww. ‘ongesteld zijn, de maandelijkse bloeding hebben’. Nnl. menstruëren ‘ongesteld zijn’ [1824; Weiland], menstrueren ‘id.’ [1847; Kramers], dat ... meer dan 50 procent voor het 14e jaar menstrueert [1923; NRC]. Misschien ontleend aan Laatlatijn menstruare, zie hierboven, maar het is ook mogelijk dat menstrueren in het Nederlands is gevormd bij het iets vroeger geattesteerde menstruatie, naar het voorbeeld van andere woordparen op -atie en -eren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

menstruatie [maandstonden] {1846} < modern latijn menstruatio [menstruatie], van latijn menstruare [menstrueren], van menstruus [maandelijks], van mensis [maand].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

menstruasie s.nw.
Maandelikse bloeding van die baarmoederslymvlies by vroue wat geslagryp is.
Uit Ndl. menstruatie (1846).
Ndl. menstruatie uit moderne Latyn menstruatio 'menstruasie' uit Latyn menstruare 'menstrueer' uit menstruus 'maandeliks'.
D. Menstruation (19de eeu), Eng. menstruation (1776 - 1784), Fr. menstruation.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

menstruatie ‘maandstonden’ -> Indonesisch ménstruasi ‘maandstonden’; Menadonees mèns ‘maandstonden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

menstruatie maandstonden 1846 [WNT voetbad] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal