Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mennen - (d.m.v. een leidsel besturen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

mennen ww.d.m.v. een leidsel besturen’
Mnl. mennen ‘dieren sturen d.m.v. een leidsel’ [1240; Bern.].
Wrsch. ontleend aan vulgair Latijn menare ‘vee voortdrijven’ (Frans mener ‘voeren, leiden’), ontwikkeld uit Latijn mināre. Verband met ohd. mennen ‘voor het gerecht dagen’ (NEW), vanwaar middeleeuws Latijn mannire ‘id.’, is om diverse redenen zeer onwaarschijnlijk (Harm 1995). Die Frankische rechtsterm gaat terug op pgm. *manjan- en hoort bij de wortel van → manen 2 ‘aansporen’.
Evenzo ontleend is ohd. mennen ‘vee drijven’ (mhd./nhd. mennen ook ‘een gespan besturen’).
Latijn mināre ‘(vee) voortdrijven’ is een afleiding van minae (mv., genitief minārum) ‘bedreigingen’. Verdere herkomst onduidelijk.
Lit.: V. Harm (1995), “Bedeutung und Herkunft von ahd. mennen ‘vorladen; (Vieh) antreiben’”, in: Zeitschrift für Dialektologie und Linguistik 62, 155-165

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mennen [dieren d.m.v. een leidsel besturen] {mennen, minnen 1201-1250} oudhoogduits mennen, oudengels menian [voortdrijven], vermoedelijk < frans mener [leiden]; er is geen geheel bevredigende verklaring.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mennen ww. mnl. mennen, minnen ‘mennen, vervoeren, rijden’, daarnaast ook menen, vgl. ohd. mennen, menen ‘een trekdier aandrijven’, oe. menian ‘voortdrijven’ en vooral de glosse der Lex Ripuaria ‘mannire’: menan: bannan; hierin betekent dus een wgerm. *manjan ‘voor het gerecht dagen’, misschien eigenlijk ‘voor het gerecht met dwang leiden’. — Verdere verwanten zijn onbekend; zeker geen ontlening van fra. mener ‘voeren, leiden,’ al gaat dit ook terug op lat. mĭnāre ‘vee door geschreeuw en stokslagen voortdrijven’; intussen kan dit fra. ww. wel zijdelings invloed uitgeoefend hebben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mennen wnw., mni. mennen (minnen) “mennen, vervoeren, rijden”; bijvorm: mnl. menen. Nnl. dial. is de bet. “den oogst naar huis voeren” zeer verbreid. Het Nieuw-vla. heeft meinen, = ohd. mennen, menen “een trekdier aandrijven”. Ofschoon de vormen moeilijk te verklaren zijn, moeten wij in dit ww. wsch. een ontl. uit fr. mener “voeren, leiden” (< *minâre, bijvorm van lat. minâri “dreigen” > “door dreigementen aansporen”) resp. uit een ouderen rom. vorm van dit ww. zien. Vla. meinen zou van den ofr. sterken stamvorm mein- kunnen komen. De mogelijkheid bestaat, dat een oorspr. germ. (met manen II verwant?) ww. en ’t genoemde rom. ww. door elkaar zijn geloopen: bij de beoordeeling van mennen mag de ohd. (nd.?) glosse bij de Lex Ripuaria “Mannire: menan: bannan”, die op een oerduitsch *manjan > *mannjan “voor ’t gerecht dagen” kan wijzen, niet verwaarloosd worden.

[Aanvullingen en Verbeteringen] mennen. Ags. menian “to drive” pleit voor germ. oorsprong.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mennen o.w. (leiden), Mnl. id. + Ohd. mennen (Mhd. menen), Ags. menian: niet verder na te gaan; ontleening aan ’t Rom. (Fr. mener) is niet waarschijnlijk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

mennen binnenhalen v.d. oogst of het hooi enz., paarden besturen (Brabant). Wschl. via fra. mener ‘leiden’ « vulglat. menare ‹ klassiek latijn minari ‘bedreigen’ (› ‘voortdrijven gez. v. trekdieren’).
WNT IX 541-542, WBD 763.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

men I: (in Afr. boekw.) dryf, stuur (bv. perde); Ndl. mennen (Mnl. mennen/minnen/menen), d. WNT en FvWvH in verb. gebring m. Fr. mener, “voer, lei”, uit Lat. minare/minari, (vee) “voortdryf”, deur dVri J NEW ontken, al gee hy toe dat mener “zijdelings invloed (kan) uitgeoefend hebben”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Mennen, reeds als Oudgerm. woord overgenomen van ’t Lat. minare, menare = het vee (door bedreigingen) voortdrijven, voortjagen (menae = bedreigingen), waaruit later de meer algemeene bet. ontstond van leiden, sturen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mennen dieren d.m.v. een leidsel besturen 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal