Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mem - (vrouwenborst, moeder)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mem* [tiet] {mamme, memme 1287} hoogduits Mamme, nevenvorm van mammamammen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mam znw. v., mnl. mamme v. ‘vrouweborst, manneborst, voedster’, Teuth. ook memme, mhd. mamme, memme ‘moederborst’ (nhd. memme ‘lafaard’). — Het is een typisch kinderwoord, dat de zuigbeweging weergeeft. Het komt dial. ook voor in de bet. ‘moeder’, vgl. lat. mamma ‘moederborst’ en ‘moeder, zoogster’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mam znw., mnl. mamme v. “vrouweborst, manneborst, voedster”, in den Teuth. ook memme. Deze vorm komt nog dial. voor, o.a. ook = “moeder”; zoo ook in ’t Fri. Een ook in andere — verwante en niet verwante — talen voorkomend woord, oorspr. een kinderwoord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mam v., Mnl. mamme + Ndd., Hgd. id.: onomat. van het zuigen.

mem v., gelijk Hgd. memme, bijvorm van mam, mamme.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

mem (zn.) 1. moeder 2. borst; Vreugmiddelnederlands mamme <1240> < Rienlands Mämme.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

mem, zn.: vrouwenborst, tepel; eten. Ovl. memme, Vlaams mamme. 1706 verscheijdene kinderkens sonder de memme opgevoet, Gent (LC). Resp. synoniem en afgeleide betekenis van Mnl. mamme ‘vrouwenborst’, Vnnl. mamme ‘mammelle ou tette’ (Lambrecht), mamme, borste ‘mamma, mammilla’ (Kiliaan). Lat. mamma ‘moederborst, zoogster’, een typisch bakerwoord, met dim. mamilla > Fr. mamelle. De bet. ‘eten’ vanwege de borstvoeding, het zuigen aan de mem; vgl. Vnnl. mammen, memmen ‘zogen, borstvoeding geven’ (Kiliaan).

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

mem, mam, zn.: vrouwenborst, tepel; zoogster, min; tepelvormig snoepje. Ovl. memme, Vlaams mamme. 1706 verscheijdene kinderkens sonder de memme opgevoet, Gent (LC). Resp. synoniem en afgeleide betekenis van Mnl. mamme ‘vrouwenborst’, Vnnl. mamme ‘mammelle ou tette’ (Lambrecht), mamme, borste ‘mamma, mammilla’ (Kiliaan), 1693 een quetsuere boven de rechte memme, Gent (LC). Lat. mamma ‘moederborst, zoogster’, een typisch bakerwoord, met dim. mamilla > Fr. mamelle. Afl. memster ‘voedster; zoogster’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

mamme, memme zn. v.: vrouwenborst, uier; zeeanemoon. Ook Vl. mamme. Mnl. mamme ‘vrouwenborst’, Vnnl. mamme ‘mammelle ou tette’ (Lambrecht), mamme, borste ‘mamma, mammilla’ (Kiliaan), 1693 een quetsuere boven de rechte memme, Gent (LC). Blijkbaar ook mannentepel: 1713 dat hij is overleden door een steke op de borst ontrent de slijncke mamme, Gent (LC). Lat. mamma ‘moederborst, zoogster’, een typisch bakerwoord, met dim. mamilla > Fr. mamelle. Samenst. mammekind ‘zuigeling’; langemamme ‘kalebaspeer’ (zie lokkemamme)

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

mamme (E, G, W, ZV), memme (G, ZV), mam (Doel), mem (B), zn. v.: vrouwenborst (G, ZV), uier (ZV), tepel (G, noordwest, zuidoost), zuigdotje (W). Ook Kortrijks mamme. Mnl. mamme 'vrouwenborst', Vnnl. mamme 'mammelle ou tette' (Lambrecht), mamme, borste 'mamma, mammilla' (Kiliaan), 1693 een quetsuere boven de rechte memme, Gent (LC). Blijkbaar ook mannentepel: 1713 dat hij is overleden door een steke op de borst ontrent de slijncke mamme, Gent (LC). Lat. mamma 'moederborst, zoogster', een typisch bakerwoord, met dim. mamilla > Fr. mamelle.

memme (G, ZO), zn. v.: vrouwenborst, tepel (B, G, ZV); zoogster, min (G, ZO). 1706 verscheijdene kinderkens sonder de memme opgevoet, Gent (LC). Resp. synoniem en afgeleide betekenis van mamme, memme; zie mamme. Afl. memmelink 'zuigeling', memster (W) 'voedster; zoogster'.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

mamme uier (Tholen, St.-Philipsland). = mnl. mamme ‘vrouwenborst’. Evenals lat. mamma ‘moederborst, moeder, zoogster’ oorspr. kinderwoord, dat de zuigbeweging uitdrukt.
HCTD X 113-184, NEW 425.

mem moeder (Noord-Holland, Vlaanderen, Drente). = fri. mem ‘id.’. Uit de kindertaal. Vgl. lat. mamma ‘moeder’ naast lat. mater ‘moeder’. Oorsprong: mogelijk als heel vroeg door zuigelingen voortgebrachte klankgroep. Het woord is wel identiek met mem ‘tepel, borst’. Vgl. ook mamme ↑ ‘uier’.
Hadderingh/Veenstra 179, WNT IX 511, 162, TNZN V 6.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

mamme (K), memme (I), zn. v.: vrouwenborst; fopspeen. Mnl. mamme ‘vrouwenborst’, Vroegnnl. mamme ‘mammelle ou tette’ (Lambrecht), mamme, borste ‘mamma, mammilla’ (Kiliaan). Lat. mamma, een typisch bakerwoord, met dim. mamilla > Fr. mamelle.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

mem [+]: – même/memme – , (soms) moeder; (soms) ouma; baker; min, voedster (soms nie-blanke vir kind v. blanke, v. Frank TB 186); Ndl. en dial. mem/memme, beskou as kindtv. v. mam/mamma, vgl. Eng. mammy/mummy; in Swaz. is mema, “kind op d. rug dra, abba”; v. mam.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mem ‘moeder’ (Fries mem)

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

mamme Men kan in Gent om een loeze gaan, of om een mamme. In beide gevallen krijgt men een borrel. De eigenlijke betekenis van loeze en mamme is ‘tepel, vrouwenborst’. Het gaat hier dus om ‘iets waaraan je kunt drinken’. Beide borrelnamen zijn onlangs nog in Gent gehoord. Volgens één bron zou ook tepel daar voor ‘borrel’ worden gebruikt, maar dit kon niet worden bevestigd. In het Engels is ‘jenever’ mother’s milk genoemd, en ‘whisky’ angel tit ‘engelentiet’.
Vergelijk tiet.

[Liev.-Coopm. 828; Mullebrouck 335]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal