Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mantelzorg - (zorg in een kleine groep, waarvan de leden onderling in relatie staan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

mantelzorg zn. ‘zorg in een kleine groep, waarvan de leden onderling in relatie staan’
Nnl. mantelzorg [1971; Hattinga Verschure 1977].
J.C.M. Hattinga Verschure introduceerde dit begrip in 1971 als een van de drie kaders van zorgverlening, naast zelfzorg en professionele zorg. De ‘kleine groep’ is in de praktijk vaak een gezin, maar kan ook bijv. een familie, een buurt, een gemeenschap van geloofsgenoten of een groepje lotgenoten zijn. De zorg die men binnen zo'n groep aan elkaar verleent is “voor elk lid van de groep als een mantel, die verwarmt, beschut en beveiligt,” aldus Hattinga Verschures motivatie.
Haar analyse van zelfzorg en mantelzorg omvatte destijds ook de normale zorg voor bijv. eigen eten resp. eigen kinderen. Tegenwoordig spreekt men meestal alleen van mantelzorg bij zorg aan personen met vrij ernstige fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen. Van (bereidheid tot) wederkerigheid, bij Hattinga Verschure nog een definiërend kenmerk van mantelzorg, is lang niet altijd meer sprake.
Lit.: J.C.M. Hattinga Verschure (1977), Het verschijnsel zorg, Lochem, 80-81

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

mantelzorg, hulp, verleend aan zieken, bejaarden enz. door personen uit de kennissenkring. Dit woord wordt natuurlijk vooral gebruikt in de gezondheidszorg, maar in politieke kringen hoort men het ook wel eens gebruiken m.b.t. de taken van sommige beleidsterreinen.

Mantelzorg: Weer zo’n stukje zachte-sector-jargon waarmee bedoeld wordt dat mensen elkaar meer moeten helpen bij ziekte of dood of andere nood. Burenhulp dus eigenlijk, maar waarom zégt u dat dan niet, zodat iedereen begrijpt waar ’t over gaat. (Hans Ferrée: Het trendletter ABC, 1983)
Mantelzorg. In de serie ‘Het gezin als hoeksteen van de samenleving’ wordt met dit begrip bedoeld: de hulp van buren, familie, vrienden en bekenden. In verband met bezuinigingen op de volksgezondheid en de maatschappelijke dienstverlening (o.a. gezinszorg) kent het kabinet-Lubbers een grotere rol toe aan de mantelzorg. (Marco Bunge: Politiek Woordenboek, 1985)
In de tweede plaats zijn er anno 1994 in Nederland naar verhouding nog erg veel mensen die de tijd, conditie en mogelijkheden hebben om ‘mantelzorg’ te verschaffen: een hele generatie vrouwen van middelbare leeftijd die nooit een betaalde baan hebben gehad en langzamerhand ‘uit de kinderen’ raken. (Elsevier, 08/10/94)
De gemeente Utrecht wil een experiment starten waarbij bijstandsgerechtigden die mantelzorg verrichten niet meer verplicht zijn te solliciteren. (Opzij, februari 1997)
Hoe denkt de minister ooit te weten of alleen de onterechte zorgvraag geremd is? Natuurlijk kan er altijd een beroep op de mantelzorg — partner, kinderen, buren — worden gedaan, maar hoe groot is dat beroep reeds? (Elsevier, 01/03/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal