Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mangat - (gat precies groot genoeg om een man door te laten)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

mangat s.nw.
Opening met 'n deksel waardeur 'n werkman in 'n ruimte, bv. 'n riool of stoomketel, kan klim.
Uit Ndl. mangat (1892), so genoem omdat sulke gate gemaak word sodat werkmans daardeur kan klim.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

man’gat (het, -en), luik in het plafond naar zolder, vliering of loze ruimte direct onder het dak. - Etym.: Er kan net één man door. AN m. = toegang tot ketel, beerput, regenbak e.d. groot genoeg voor één schoonmaker.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal