Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mail - (elektronische brievenpost)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

mail zn. ‘elektronische brievenpost’
Nnl. eerst e-mail “het verzenden van persoonlijke boodschappen tussen deelnemers aan een netwerk van computers onderling” [1989; Smits/Koenen], (e-)mailtje ‘elektronisch bericht’ in een e-mailtje is zo gestuurd [1993; NRC], dan mail in hoe het ‘mailtje’ met de boodschap ‘Amsterdam is on line’ op weg ging [1994; NRC].
Verkorting van e-mail ‘elektronische brievenpost’, ontleend aan Engels e-mail ‘id.’ [1982; OED], verkorting van electronic mail ‘elektronische post’ [1977; OED]. De betekenis van Engels mail ‘post’ [1746; OED] is ontwikkeld uit die van ‘posttas’ [1654; BDE]. In de oorspr. vorm en betekenis is Middelengels male ‘reistas’ [voor 1200; BDE] ontleend aan Oudfrans male ‘buidel, tas’, ontleend aan Frankisch *malha ‘id.’.
Het Frankische woord is ontwikkeld uit pgm. *malha-, waaruit verder nog: mnl. male ‘buidel, tas’ [1240; Bern.], vnnl. mael; os. malaha ‘id.’ (mnd. male); ohd. malaha ‘id.’ on. malr ‘id.’. Male werd in de betekenis ‘reiszak e.d.’ nog tot in de 19e eeuw gebruikt, maar is tegenwoordig alleen nog gewestelijk, o.a. Limburgs. Ook nog in Vlaams maalslot, molslot ‘hangslot’, oorspr. ‘kofferslot’. De verdere herkomst van het Germaanse woord is onbekend.
Hetzelfde Engelse woord leidde al in de 19e eeuw door ontlening tot Nederlands mail ‘postverzending naar een van de overzeese gebieden’, met als oudste attestatie berigten uit Indië met de laatste overland-mail aangebragt [1846; Picarta]. Dit woord was echter aan het eind van de 20e eeuw verouderd; de samenstelling mailboot [1872; WNT Aanv.] is wel bekend gebleven.
mailing zn. ‘reclame die per post verstuurd wordt’. Nnl. ontwerpen, teksten, mailings of verpakkingen [1973; Reinsma 1975]. Ontleend aan Engels mailing ‘id.’ [1987; OED], afleiding van het werkwoord mail ‘post verzenden’, afleiding van het zn. mail.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mail [brievenpost] {1847} < engels mail [zak, brievenzak, post], middelengels male < oudfrans male [zak], uit het germ., vgl. maal3.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mail znw. v. ‘brievenpost van en naar overzeese gebieden, door de mail vervoerde poststukken’ < ne. mail; zie verder: maal 3.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

maal II (koffer, tasch), mnl. māle v. “tasch, zak, buik”. = ohd. os. malaha v. “tasch, zak”, germ. *malχô-. Als wij een grondbet. “het weeke” —die mogelijk, maar zeer onzeker is — aannemen, zouden ier. blên (*-akn-) “liezen”, gr. malakós “week, zacht” verwant kunnen zijn, en verder de woordfamilie van blaag en malen I. Uit het Germ. ofr. male, fr. malle “koffer”. Hieruit weer eng. mail “postbezending” > ndl. mail.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

mail (de), (uitspr. E: meel), (verouderend) post van en naar overzee. Bij aankomst van een der KWIM [Koninklijke West-Indische Maildienst] boten liet een der monsters [kanonnen] zich horen en de Oranje Nassau, Prins Maurits of Frederik Hendrik antwoordde zwakjes als teken dat er Hollandse mail aan boord was (Waller 78). - Etym.: In AN veroud. E mail = post i.h.a. - Opm.: Ook gebr. in het voormalige NOI.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mail ‘brievenpost’ -> Indonesisch mél, mil ‘brievenpost’ (uit Nederlands of Engels); Atjehnees mèn ‘brievenpost’ (uit Nederlands of Engels); Javaans emil ‘brievenpost; postkar’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

mail zn. Ontleend aan het Engels.
= netpost, e-post.
= productenpakket, assortiment.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mail brievenpost 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal